Wireva

Bijna 40 procent van de 15-jarigen kan niet goed genoeg lezen

Uit het internationale PISA-onderzoek blijkt dat bijna 40 procent van de Nederlandse 15-jarigen onvoldoende leesvaardig is. De daling zet al jaren door; jongeren riskeren laaggeletterd van school te komen. Staatssecretaris Tielen kondigt een actieplan aan.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren blijft dalen. Bijna 40 procent van de 15-jarigen kan niet goed genoeg lezen om mee te komen op school, zo blijkt uit het internationale PISA-onderzoek dat in 2025 is uitgevoerd. Die groep loopt het risico laaggeletterd de middelbare school te verlaten en daardoor onvoldoende te kunnen functioneren in de maatschappij.

De achteruitgang is al jaren gaande. In 2003 scoorden Nederlandse 15-jarigen nog boven het Europese gemiddelde, maar sindsdien is de score steeds lager geworden. In het PISA-onderzoek van 2018 bleek een op de vier jongeren onvoldoende leesvaardig. In 2023 was dat bijna een derde. Nu is het aantal opgelopen tot 39 procent, een niveau onder de minimale grens die nodig is om volwaardig mee te doen in de samenleving.

PISA, het Programme for International Student Assessment, toetst elke drie of vier jaar wereldwijd de vaardigheden van 15-jarigen op het gebied van lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. Voor de Nederlandse deelname zijn ruim 6.600 leerlingen van 177 scholen digitaal getoetst. Internationaal deden ongeveer 760.000 leerlingen uit 91 landen mee.

Het soort onderwijs dat een leerling volgt, speelt een grote rol. Leerlingen op het vwo scoren aanzienlijk hoger op leesvaardigheid dan leeftijdsgenoten op het vmbo. Ook het opleidingsniveau van ouders is van invloed: kinderen van wie een ouder hbo of universitair onderwijs heeft gevolgd, lezen doorgaans beter.

De daling is niet uniek voor Nederland; ook in andere landen neemt de leesvaardigheid af. Toch blijven Nederlandse jongeren achter bij leeftijdsgenoten in economisch en maatschappelijk vergelijkbare EU-landen. Van die landen scoort alleen Griekenland slechter. Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs merkt daarbij op dat de scores moeilijk te vergelijken zijn vanwege verschillen in onderwijssystemen. Net als elders lezen jongens in Nederland slechter dan meisjes.

De Leescoalitie, een samenwerkingsverband van organisaties die zich inzetten voor lezen, spreekt van zorgwekkende cijfers. De coalitie zegt dat het hard nodig is dat de overheid stevig inzet op een brede leescultuur, ook buiten het onderwijs. Zij pleit niet alleen voor investeringen in onderwijs en bibliotheken, maar ook voor een positieve aanpak die het lezen in de hele samenleving stimuleert.

Staatssecretaris Judith Tielen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zegt bij het volgende PISA-onderzoek betere resultaten te willen zien. Ze erkent dat de leesresultaten al jaren dalen, in bijna alle landen, en dat dit niet van vandaag op morgen is opgelost. Goed kunnen lezen is volgens haar cruciaal, bij alle vakken op school en op het werk. Ze wijst op praktische zaken als het begrijpen van een bijsluiter, het schrijven van een sollicitatiebrief en het onderscheiden van echt nieuws en nepnieuws.

Tielen zegt dat de lat hoger moet, met hogere verwachtingen van leerlingen, leraren, scholen en van het ministerie en de inspectie. Ze noemt de nieuwe kerndoelen voor Nederlands en rekenen die dit schooljaar zijn ingegaan, als een eerste stap. Die zijn concreter en ambitieuzer dan de oude doelen uit 2006. Dit najaar komt de staatssecretaris met een actieplan, waarin extra aandacht uitgaat naar basisvaardigheden en in het bijzonder naar taal.

Op het gebied van wiskunde en natuurwetenschappen bleef de gemiddelde score van Nederlandse leerlingen gelijk. Wel beleven zij minder plezier aan natuurwetenschappen dan leerlingen in andere Europese landen.