Wireva

NHTSA onderzoekt Comma Four na drie dodelijke ongevallen

De Amerikaanse toezichthouder NHTSA opent een vooronderzoek naar het aftermarket rijassistentiesysteem Comma Four. Bij vijf ongevallen met het systeem vielen veertien gewonden en drie doden.

De Amerikaanse verkeersveiligheidsautoriteit NHTSA is een vooronderzoek gestart naar het aftermarket rijassistentiesysteem Comma Four van het bedrijf Comma. Aanleiding zijn vijf gemelde ongevallen waarbij het systeem actief was. Daarbij raakten in totaal veertien mensen gewond en vielen drie doden, verdeeld over twee van de vijf incidenten.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door het Office of Defects Investigation (ODI), de afdeling die mogelijke defecten aan voertuigsystemen onderzoekt. Volgens de ODI deden de ongevallen zich voor met stilstaande of langzaam rijdende voertuigen. De voorlopige evaluatie richt zich op de vraag of het Comma Four-systeem die voertuigen onvoldoende heeft gedetecteerd of er onvoldoende op heeft gereageerd. De autoriteit benadrukt dat het om een eerste fase gaat: er is nog geen conclusie over een defect en er volgt nog geen terugroepactie.

Comma is geen autofabrikant maar een Amerikaans technologiebedrijf dat zijn systeem als losse upgrade verkoopt. Het bedrijf werd in 2015 opgericht door George Holz, die bekend werd als de eerste die de iPhone en de PlayStation 3 kraakte. Zijn idee was een apparaat dat via de OBD-II-poort in een auto wordt aangesloten en het voertuig deels zelfstandig laat rijden. Comma begon met het vrijgeven van de software, zodat techneuten zelf hardware konden bouwen, en verkoopt inmiddels eigen apparatuur onder de naam Comma Four.

Volgens Comma ondersteunt het systeem meer dan 325 modellen van 27 verschillende merken. In de Verenigde Staten zouden meer dan 30.000 bestuurders het gebruiken. Daarmee is het een van de grootste aftermarket-systemen voor geautomatiseerd rijden, in een markt waar fabrikanten hun eigen assistentiepakketten juist steeds vaker standaard leveren.

De ongevallen waar NHTSA naar kijkt, hebben gemeen dat het systeem op het moment van de aanrijding aanstond of actief was. De ODI zal de gegevens van elk incident afzonderlijk analyseren. Daarbij wordt gekeken naar de prestaties van het systeem en naar de waarborgen die moeten garanderen dat een auto met Comma-apparatuur veilig blijft rijden. Ook de vraag of de bestuurder op tijd kon ingrijpen, maakt deel uit van de evaluatie.

Het vooronderzoek plaatst het bedrijf in een lastige positie. Aftermarket-systemen vallen niet onder dezelfde typegoedkeuring en fabrieksgarantie als systemen die autofabrikanten zelf afleveren. Gebruikers installeren de apparatuur zelf, wat betekent dat de verantwoordelijkheid voor het functioneren en voor het toezicht op de weg bij de bestuurder ligt. Tegelijkertijd groeit de belangstelling voor dit soort upgrades, omdat ze goedkoper zijn dan een nieuwe auto met fabrieksmatige rijassistentie.

Voor Nederlandse en Europese automobilisten is het onderzoek vooral relevant als signaal. Comma verkoopt zijn hardware ook buiten de Verenigde Staten, en de OBD-II-aansluiting is op vrijwel elke moderne auto aanwezig. Wie overweegt een dergelijk systeem te gebruiken, moet zich realiseren dat de wettelijke aansprakelijkheid en de verzekeringsdekking bij een ongeval kunnen afwijken van die bij een door de fabrikant geleverd systeem. In Nederland is volledig zelfrijden op de openbare weg bovendien nog niet toegestaan; systemen die dat suggereren, blijven in de praktijk hulpmiddelen waarbij de bestuurder te allen tijde verantwoordelijk blijft.

NHTSA heeft nog geen termijn genoemd voor de afronding van de preliminary evaluation. De uitkomst kan variëren van het sluiten van het onderzoek zonder maatregelen tot een formele terugroep- of veiligheidsprocedure. Comma heeft nog niet publiekelijk op de zaak gereageerd.

Same event, other desks

Story file →