Sociale huurders met een relatief hoog inkomen moeten van het kabinet jaarlijks tot 1200 euro extra huur gaan betalen. Daarnaast komt er een toets op vermogen bij de toewijzing van een sociale huurwoning. Dat blijkt uit plannen van het kabinet om de sociale huursector gerichter in te zetten voor mensen die daarop zijn aangewezen.
De maatregel raakt huishoudens die in een sociale huurwoning wonen maar door hun inkomen eigenlijk niet tot de doelgroep behoren. Zij betalen nu al een hogere huur dan huurders met een laag inkomen, maar het kabinet wil die zogenoemde scheefhuurders fors meer laten afdragen. Met de extra opbrengsten moet de druk op de sociale woningmarkt afnemen en moeten sociale huurwoningen beschikbaar blijven voor wie ze bedoeld zijn.
Naast de inkomensafhankelijke huurverhoging komt er een vermogenstoets. Wie een sociale huurwoning wil huren, moet voortaan ook worden getoetst op bezittingen. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat mensen met aanzienlijk vermogen een beroep doen op een sociale huurwoning. De precieze invulling van de vermogenstoets en de inkomensgrens is nog niet bekendgemaakt.
De plannen passen in een bredere discussie over de verdeling van de sociale woningvoorraad. Woningcorporaties kampen al jaren met lange wachtlijsten, terwijl een deel van de sociale huurwoningen wordt bewoond door huishoudens die qua inkomen ook op de vrije markt terechtkunnen. Het kabinet wil met de maatregelen de doorstroming bevorderen en de sociale huursector richten op de laagste inkomens.
Hoeveel huishoudens precies met de extra huur te maken krijgen, is niet duidelijk. Ook is nog niet bekend wanneer de maatregelen ingaan. De plannen moeten nog worden uitgewerkt en voorgelegd aan de Tweede Kamer, waar de nodige vragen te verwachten zijn over de uitvoerbaarheid en de gevolgen voor de woonlasten.