Wireva

David verkoopt woonboot, negen jaar later volgt toch nog factuur van 600 euro

David De Mey uit Bredene moet zich voor het vredegerecht van Oostende verdedigen tegen een vordering van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Bijna negen jaar na de verkoop van zijn woonboot krijgt hij een factuur van bijna 600 euro voor een watermeter die volgens hem al lang afgesloten had moeten zijn.

David verkoopt zijn woonboot, negen jaar later moet hij plots 600 euro aan de watermaatschappij betalen: “Was die meter niet al lang afgesloten?”
David verkoopt woonboot, negen jaar later volgt toch nog factuur van 600 euro
Wireva desk · Desk-supplied · rights

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

David De Mey (55), een voormalige bakker uit het Vlaams-Brabantse Liedekerke die nu in Bredene woont, moet zich verantwoorden voor het vredegerecht van Oostende. De Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening CV vordert bijna 600 euro van hem, jaren nadat hij zijn woonboot verkocht. De kernvraag is of hij de wateraansluiting destijds op een correcte manier heeft beëindigd.

«Ik snapte er helemaal niets van», zegt De Mey over de plotse factuur. Hij verkocht zijn woonboot en ging ervan uit dat de watermeter bij de overdracht werd afgesloten. Negen jaar later blijkt dat niet gebeurd te zijn, of althans niet op een manier die de watermaatschappij aanvaardt. De zaak draait om de vraag wie verantwoordelijk is voor een aansluiting die na de verkoop bleef doorlopen.

De Mey stelt dat hij na de verkoop niets meer met de woonboot te maken had. Toch blijft de watermaatschappij bij hem aankloppen voor een bedrag dat volgens hem niet meer van hem kan worden geëist. «Was die meter niet al lang afgesloten?», luidt zijn centrale vraag. Daarmee raakt de zaak aan een breder probleem: wat gebeurt er met nutsaansluitingen wanneer een onroerend goed of een drijvende woning van eigenaar verandert?

De vordering van bijna 600 euro is voor De Mey niet alleen een financiële kwestie. Hij moet zich verdedigen voor de vrederechter, wat betekent dat hij tijd en mogelijk juridische bijstand moet investeren in een geschil over een meter die hij zelf niet meer gebruikte. De voormalige bakker woont vandaag in Bredene, maar de zaak sleept zich voort vanuit zijn eerdere woonplaats in Liedekerke.

De watermaatschappij baseert zich op het feit dat de aansluiting nooit correct werd afgemeld. Zolang een meter niet officieel wordt afgesloten, blijven verbruikskosten en vaste vergoedingen doorlopen, ook als de eigenaar intussen is veranderd. Of De Mey daarop kon rekenen, is precies wat de vrederechter in Oostende moet uitmaken.

De zaak illustreert hoe belangrijk het is om bij de verkoop van een woonboot of een andere verblijfplaats de nutsaansluitingen uitdrukkelijk te regelen. Een mondelinge veronderstelling dat de meter wordt afgesloten, volstaat blijkbaar niet. Zonder schriftelijk bewijs dat de aansluiting werd stopgezet, kan een voormalige eigenaar jaren later nog worden aangesproken.

Voor De Mey is het wachten nu op de beslissing van het vredegerecht. Hij hoopt aan te tonen dat de watermeter al lang afgesloten had moeten zijn en dat de factuur niet langer op zijn rekening terechtkomt. De uitspraak moet duidelijkheid brengen over wie de rekening van bijna 600 euro uiteindelijk betaalt.