Wireva

Bagdad arresteert twee verdachten voor vermeende tovenarij en fraude

De politie in Al-Zafaraniya zegt twee personen op heterdaad te hebben aangehouden voor vermeende tovenarij en het bedriegen van burgers.

У Багдаді затримали двох підозрюваних у шахрайстві під виглядом чаклунства

Mohammed Harith Khalil / Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · rights

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

De politie in Bagdad heeft op 3 september twee personen aangehouden in de wijk Al-Zafaraniya. Volgens het politiebericht werden de verdachten betrapt terwijl zij zich zouden bezighouden met ‘hekserij en tovenarij’ en burgers zouden misleiden. Agenten namen voorwerpen en hulpmiddelen in beslag die volgens de politie bij de activiteiten werden gebruikt.

De zaak vraagt om een nuchtere formulering. De politie onderzoekt geen bovennatuurlijke kracht die bewezen zou zijn. Het strafrechtelijke element zit in de beschuldiging dat mensen onder het mom van tovenarij zijn bedrogen. Dat maakt het dossier in de eerste plaats een zaak over fraude, misleiding en mogelijk misbruik van angst of vertrouwen.

In samenlevingen waar waarzeggerij, amuletten, rituelen of claims over vloeken een rol spelen in het dagelijks leven, kan de grens tussen religieuze of culturele praktijk en financiële uitbuiting ingewikkeld zijn. Voor justitie wordt die grens concreter zodra iemand geld, goederen of macht verkrijgt door een ander doelbewust te misleiden of onder druk te zetten.

De politie van Bagdad-Rusafa meldde dat de twee verdachten ‘op heterdaad’ zouden zijn aangehouden. Een tweede Iraakse nieuwsbron berichtte eveneens over de arrestaties. De exacte bedragen, het aantal mogelijke slachtoffers en de aard van de beloften die aan burgers zouden zijn gedaan, zijn in de eerste berichten niet volledig uitgewerkt. Die details zullen in het verdere onderzoek moeten blijken.

Het is daarom te vroeg om de verdachten als schuldigen te behandelen. Een politievermelding is het begin van een strafrechtelijk proces, geen eindvonnis. Wel laat de zaak zien waarom autoriteiten klachten rond occultisme soms behandelen als gewone vermogenscriminaliteit: de vraag is niet of een ritueel ‘werkt’, maar of iemand door een bewering over onzichtbare krachten is bewogen tot een betaling of een andere handeling waar de verdachte voordeel van had.

Dat onderscheid beschermt ook slachtoffers. Wie geld heeft betaald uit angst voor een vloek of uit hoop op een onmogelijke belofte, kan zich schamen en daardoor minder snel aangifte doen. Wanneer de politie zo’n situatie uitsluitend als ‘bijgeloof’ afdoet, blijft de mogelijke fraude buiten beeld. Wanneer elke spirituele praktijk daarentegen automatisch als misdrijf wordt gezien, dreigt willekeur. Bewijs van misleiding en schade blijft noodzakelijk.

De arrestaties in Al-Zafaraniya staan bovendien niet op zichzelf. In Irak zijn de afgelopen jaren vaker zaken gemeld waarin vermeende tovenarij werd gekoppeld aan oplichting, chantage of druk op cliënten. Zulke dossiers tonen hoe een geloof in verborgen krachten kan worden omgezet in een zeer tastbare machtsverhouding tussen degene die zegt de oplossing te kennen en degene die bang is.

Voor de twee verdachten in Bagdad volgt nu de juridische beoordeling van het materiaal dat in beslag is genomen en van verklaringen van mogelijke benadeelden. Pas daarna kan duidelijk worden welke strafbare feiten daadwerkelijk bewezen kunnen worden. Het centrale feit blijft voorlopig beperkt: de politie zegt twee mensen te hebben aangehouden op verdenking van fraude die werd verpakt als tovenarij.

Same event, other desks

Story file →