In zes Nederlandse studentensteden is het aantal particuliere huurwoningen in 2026 toegenomen ten opzichte van 2023. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Kadaster, dat de huurmarkten in studentensteden onderling vergeleek. Amsterdam, Leiden en Eindhoven behoren tot de steden waar het aanbod groeide, ondanks eerdere signalen dat beleggers zich terugtrokken uit de huurmarkt.
De toename is opvallend, omdat de afgelopen jaren juist werd gesproken over een krimp van het particuliere huuraanbod. Hogere belastingen en strengere regelgeving zouden particuliere verhuurders ontmoedigen om woningen aan te bieden. Toch laat de nieuwe Kadaster-data zien dat in een aantal studentensteden het aantal huurwoningen juist is gestegen. Het Kadaster deed onderzoek naar de ontwikkeling van de particuliere huurmarkt in Nederlandse studentensteden.
Waardoor de groei precies komt, is niet in de cijfers terug te lezen. Wel past de uitkomst bij het beeld dat studentensteden voor beleggers relatief aantrekkelijk blijven. De vraag naar kamers en kleine appartementen is er structureel hoog, doordat het aantal studenten in deze steden groot is en blijft. Daardoor blijven huurinkomsten er naar verhouding stabiel, ook als de markt elders onder druk staat.
De stijging betekent niet dat de problemen op de woningmarkt zijn opgelost. In veel studentensteden is de concurrentie om betaalbare woonruimte nog altijd groot. De nieuwe cijfers geven echter een genuanceerder beeld dan de discussie van de afgelopen jaren, waarin vooral werd gewezen op vertrekkende beleggers. Het Kadaster benadrukt dat het gaat om een vergelijking tussen 2023 en 2026, en dat de ontwikkeling per stad verschilt.
Voor studenten en andere woningzoekenden is de toename van het aantal huurwoningen op korte termijn gunstig, omdat het aanbod groter wordt. Of dat ook leidt tot lagere huren of meer betaalbare opties, is niet uit de cijfers af te leiden. De huurprijzen worden niet alleen bepaald door het aantal beschikbare woningen, maar ook door de kwaliteit en de ligging ervan.
De Kadaster-cijfers komen op een moment dat de woningmarkt in Nederland volop in de belangstelling staat. Gemeenten en het Rijk zoeken naar manieren om het woningtekort terug te dringen en betaalbaar wonen te garanderen. De ontwikkeling in de studentensteden laat zien dat de particuliere huurmarkt niet overal krimpt, maar dat er regionaal grote verschillen bestaan.