De 93-jarige Herman Jeger stapt samen met enkele anderen naar de Brusselse rechter om schadevergoeding te eisen van de Belgische staat en de NMBS voor hun rol in de jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Jeger was negen jaar oud toen zijn moeder op 23 september 1942 werd opgepakt en via de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz werd gedeporteerd, waar ze direct in de gaskamers omkwam.
Het was woensdag 23 september 1942 toen Herman samen met zijn moeder en zijn zusje Gisella (13) nieuwe rantsoenkaarten ging ophalen in een school in Deurne. “Moeder vroeg ons buiten te wachten. We hebben haar nooit meer gezien”, vertelt hij. Via de Dossinkazerne in Mechelen werd ze naar Auschwitz gevoerd, waar ze onmiddellijk naar de gaskamers werd gestuurd. Herman overleefde de oorlog, maar de herinnering is nooit weggeweest. “Als ik wakker word, gaat alles weer door mijn hoofd”, zegt hij.
De rechtszaak richt zich op de transporten die Joden vanuit België naar de vernietigingskampen brachten. De Belgische staat en de NMBS worden daarbij geviseerd omdat de spoorwegmaatschappij de treinen ter beschikking stelde voor de deportaties. De eisers willen een erkenning van de verantwoordelijkheid en een financiële vergoeding voor het leed dat hun families is aangedaan.
De zaak komt voor de rechter in Brussel. Het is een van de weinige juridische pogingen in België om de rol van de staat en de NMBS in de Holocaust te laten beoordelen. Eerder erkende de NMBS al dat het bedrijf een rol speelde in de deportaties, maar tot een schadevergoeding voor individuele slachtoffers of nabestaanden kwam het tot nu toe niet.
Voor Herman Jeger is de rechtszaak meer dan een juridische procedure. Het is een laatste kans om rechtvaardigheid te krijgen voor wat zijn familie is overkomen. Zijn moeder was een van de meer dan 25.000 Joden die vanuit België werden gedeporteerd. Slechts een klein aantal van hen overleefde de kampen.
De zaak wordt met aandacht gevolgd door historici en organisaties die opkomen voor de rechten van slachtoffers van de Holocaust. Zij hopen dat de rechter duidelijkheid schept over de verantwoordelijkheid van de Belgische overheid en de NMBS, en dat dit ook erkenning biedt aan de nabestaanden die nog altijd met de gevolgen van de deportaties leven.