Kunsthistoricus Rudi Fuchs is overleden. Dat heeft zijn familie bekendgemaakt. Fuchs werd 84 jaar oud en overleed zondagavond in zijn woonplaats Amsterdam. Hij gold als een van de invloedrijkste kunstcritici en museumdirecteuren van Nederland, bekend om zijn scherpe oog en eigenzinnige tentoonstellingen. Ook de Telegraaf noemde hem de laatste echte kunstpaus van Nederland.
Fuchs werd in 1942 geboren in Eindhoven en studeerde kunstgeschiedenis in Leiden. In 1975 werd hij directeur van het Van Abbemuseum, het museum voor moderne en hedendaagse kunst in zijn geboortestad. Internationale bekendheid kreeg hij in 1982, toen hij hoofdcurator was van Documenta, de vijfjaarlijkse internationale tentoonstelling voor beeldende kunst in het Duitse Kassel. Van 1987 tot 1992 was hij directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, dat nu Kunstmuseum Den Haag heet. In 1993 verruilde hij Den Haag voor Amsterdam en nam hij de leiding over het Stedelijk Museum, waar hij tot 2003 directeur bleef.
Zijn Amsterdamse jaren waren volgens persbureau ANP ook gekenmerkt door financiële problemen en conflicten met de gemeente over de nieuwbouw van het museum. In 2002 legde hij zijn functie neer. Rein Wolfs, de huidige directeur van het Stedelijk Museum, noemde Fuchs zonder twijfel internationaal gezien een van de meest invloedrijke museumdirecteuren van de afgelopen vijftig jaar. Als artistiek directeur van Documenta presenteerde hij zich in 1982 als voorvechter van de nieuwe schilderkunst, in Den Haag veranderde hij volgens Wolfs de kijk op Mondriaan, en in Amsterdam verraste hij met onverwachte vergelijkingen en nieuwe presentatiemodellen.
Fuchs werkte bij het inrichten van musea soms radicaal, aldus Margriet Schavemaker, directeur van het Kunstmuseum Den Haag. Hij toonde werken uit verschillende collecties door elkaar heen, zoals muziekinstrumenten, hedendaagse kunst en klassieke werken, als hij daar een goede reden voor zag. Uitlegkaartjes bij kunstwerken vond hij weinig zinvol. Volgens hem leidden die tot tunnelvisie, omdat bezoekers eerst de tekst lezen en daarna naar het werk kijken om te controleren of het klopt. «En klaar ben je met denken», zei hij daarover.
De Telegraaf schreef dat Fuchs beroemd was om zijn scherpe oog, maar als museumdirecteur ook berucht om het vermeende gat in zijn hand. Volgens eigen zeggen koos hij altijd voor kwaliteit en gaf hij daarom soms net iets te veel geld uit. Trouw schreef dat Fuchs bezoekers leerde beter naar kunst te kijken. Na zijn vertrek bij het Stedelijk bleef hij actief als schrijver, columnist en tentoonstellingsmaker.