Wireva

25 jaar na 9/11: War on Terror verzwakte VS op wereldtoneel

Een kwart eeuw na de aanslagen van 9/11 concluderen experts dat de War on Terror de Amerikaanse wereldmacht heeft ondermijnd. De strijd kostte naar schatting een miljoen directe doden en 8 biljoen dollar, maar het aantal terreurgroepen groeide juist.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

De Amerikaanse «War on Terror», die precies 25 jaar geleden werd uitgeroepen door president George W. Bush, heeft de positie van de Verenigde Staten op het wereldtoneel vooral verzwakt. Dat concluderen experts die de balans opmaken van een kwart eeuw strijd tegen terrorisme. De oorlogen in Afghanistan en Irak pakten averechts uit, ondermijnden het Amerikaanse gezag en kostten naar schatting een miljoen directe en nog eens 3,5 miljoen indirecte doden. De kosten worden geraamd op 8 biljoen dollar.

Bush verklaarde de strijd in oktober 2001, kort na de aanslagen van 9/11 waarbij duizenden Amerikanen omkwamen. «Of je staat achter ons, of je staat achter de terroristen», zei hij voor het Congres. De oorlog moest vrijheid, democratie en de rechtsstaat beschermen. Volgens Roberta Haar, hoogleraar buitenlands beleid aan de Universiteit Maastricht, ging het om een existentiële kruistocht. De Verenigde Staten claimden het recht om overal ter wereld preventief in te grijpen, de zogeheten Bush-doctrine. Vicepresident Dick Cheney noemde het de 1-procentdoctrine: als er ergens een kans van 1 procent bestond dat Amerika werd bedreigd, mocht het land ingrijpen.

In 2001 telde de VS 28 terroristische organisaties, vooral in het Midden-Oosten. In oktober 2001 viel het land Afghanistan binnen, waar de Taliban onderdak bood aan al-Qaida en Osama bin Laden. In 2003 volgde de invasie van Irak, omdat dat land massavernietigingswapens zou bezitten en terreurgroepen zou huisvesten. Die wapens werden nooit gevonden. Honderdduizenden Irakezen kwamen om, het land raakte ontwricht en in het machtsvacuüm ontstonden nieuwe terroristische groepen. Ook ontstonden scheuren in de westerse bondgenootschappen, omdat lang niet alle landen de Irakoorlog steunden.

De detentie zonder proces en de martelingen van terreurverdachten, onder meer in Guantanamo Bay, tastten het vertrouwen in de Amerikaanse leidersrol verder aan. Veel «forever prisoners» hebben tot op de dag van vandaag geen aanklacht tegen zich lopen. Een voormalige gevangene zat veertien jaar vast en woont nu in Nederland. Volgens Haar ondermijnde de VS hiermee haar eigen wereldorde.

Onder president Barack Obama trok Amerika zich terug uit de grote grondoorlogen, maar stuurde hij juist tienduizenden extra troepen naar Afghanistan uit vrees voor chaos als de Taliban opnieuw de macht zouden grijpen. De dood van Bin Laden in 2011 noemt Haar slechts een symbolisch hoogtepunt. «Het heeft niet veel invloed gehad op het verdere verloop van de wereldwijde strijd. De Taliban zeiden simpelweg: jullie hebben de klokken, maar wij hebben de tijd.» Onder presidenten Donald Trump en Joe Biden trokken de Amerikaanse troepen zich volledig terug uit Afghanistan. Het akkoord met de Taliban kwam tot stand onder Trump, maar werd volgens Haar op rampzalige wijze uitgevoerd door Biden.

Cliff Sloan, gezant voor Guantanamo onder Obama, noemt de strijd tegen terrorisme «een catastrofe en voor altijd een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de VS». Het aantal terreurgroepen is na een kwart eeuw bijna verdrievoudigd naar 81. «De Irakoorlog werd een wervingsposter voor jihadisten», zegt historicus Joseph Stieb, die een boek schreef over de Amerikaanse besluitvorming rond de Irakoorlog. Rusland en vooral China wisten in die periode aanzienlijke terreinwinst te boeken, aldus Stieb.

De huidige regering-Trump lijkt volgens Stieb te concluderen dat de VS juist harder had moeten optreden. «Ze geloven dat ze in Afghanistan en Irak hadden kunnen winnen als ze meer geweld hadden gebruikt, steviger hadden ingezet op detentie, meer hadden gemarteld en als ze in eigen land meer moslims hadden opgepakt.» Trump vindt dat hij met «het beste leger ter wereld» zelf kan bepalen wanneer en waar hij die macht inzet, zoals in de oorlog tegen Iran en tegen drugskartels en internationale bendes, die hij als buitenlandse terroristen aanmerkt. Sloan ziet daarin een waarschuwing: «Dat wanneer de emoties van het moment leiden tot daden die noch weloverwogen zijn, noch stroken met de fundamentele waarden van je land, het uitdraait op een ramp.»