De Nobelprijs voor de Economie gaat dit jaar naar de Amerikanen Robert E. Hall en Michael Woodford. Het Zweedse comité bekroont hen voor hun onderzoek naar de micro-economische fundamenten van macro-economische stabilisatie. Die bijdrage heeft de manier veranderd waarop economen nadenken over hoe overheden en centrale banken recessies en crises aanpakken.
Hall is 83 jaar en Woodford 70. Beiden hebben decennialang aan toonaangevende Amerikaanse universiteiten gewerkt en behoren tot de meest geciteerde economen van hun generatie. Hun werk ligt op het snijvlak van de macro-economie — de studie van de economie als geheel — en de micro-economie, die het gedrag van individuele huishoudens en bedrijven bestudeert.
De bekroning onderstreept dat stabilisatiebeleid niet alleen een kwestie is van grote overheidsprogramma's of rentebeslissingen. Het gedrag van gezinnen en ondernemingen bepaalt mee of dat beleid werkt. Hall en Woodford onderzochten precies die doorwerking: hoe verwachtingen, consumptie- en investeringsbeslissingen en prijszetting het effect van monetair en begrotingsbeleid versterken of juist afzwakken.
Het werk van Woodford is vooral bekend geworden door zijn analyses van monetair beleid en de rol van verwachtingen. Centrale banken wereldwijd, van de Europese Centrale Bank tot de Federal Reserve, baseren zich op inzichten die mede door hem zijn ontwikkeld. Zijn onderzoek helpt verklaren waarom communicatie en geloofwaardigheid van een centrale bank net zo belangrijk kunnen zijn als de rentevoet zelf.
Hall leverde dan weer baanbrekend werk over consumptie, arbeidsmarkten en de manier waarop schokken door de economie trekken. Zijn modellen maken duidelijk hoe huishoudens hun bestedingen aanpassen wanneer inkomens of verwachtingen veranderen, en waarom dat gevolgen heeft voor de stabiliteit van de hele economie.
Samen hebben de twee economen bijgedragen aan een verschuiving in het vakgebied. Waar macro-economen vroeger vaak vertrokken van grote, abstracte verbanden, groeide het besef dat je de economie als geheel pas echt begrijpt als je rekening houdt met de keuzes van individuen en bedrijven. Die micro-fundering is vandaag de standaard in zowel onderzoek als beleidsvoorbereiding.
De Nobelprijs voor de Economie wordt officieel de Prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel genoemd. De onderscheiding wordt sinds 1969 uitgereikt en is de jongste van de Nobelprijzen. Ze wordt toegekend aan onderzoekers die een blijvende invloed hebben gehad op het economisch denken.
Voor België en Europa is de bekroning relevant omdat de inzichten van Hall en Woodford rechtstreeks doorwerken in het beleid van de Europese Centrale Bank. De ECB moet inflatie en groei in de eurozone in evenwicht houden, en de theorieën over verwachtingen en stabilisatie helpen daarbij. Ook de Belgische begroting en het begrotingsbeleid van de federale regering steunen op modellen die op dit soort onderzoek zijn gebaseerd.
De prijs wordt later dit jaar officieel uitgereikt tijdens de plechtigheid in Stockholm. Hall en Woodford delen het prijzengeld. Daarmee komt een einde aan de speculatie over wie de economieprijs dit jaar zou krijgen, een discussie die elk najaar terugkeert in de vakpers en de financiële markten.