De Spaanse enclave Ceuta verkeert zes weken na een massale toestroom van Marokkaanse migranten in een uiterst gespannen situatie. Naar schatting 80.000 mensen staken de grens over, van wie er nog zo'n 10.000 in de stad verblijven. De lokale burgemeester omschrijft Ceuta inmiddels als een «snelkookpan».
Volgens journalist Robin Raemaekers, die ter plaatse is, leven de achtergebleven migranten in erbarmelijke omstandigheden. «De vraag is niet of, maar wanneer de situatie hier ontploft», zegt hij. De migranten zouden kampen hebben opgeslagen op stranden en in parken, zonder adequate voorzieningen. De lokale bevolking raakt uitgeput en de druk op de sociale diensten en de openbare orde neemt met de dag toe.
De crisis in Ceuta is niet geïsoleerd. De Europese Commissie kondigde in haar State of the Union een migratienoodwet aan, bedoeld voor situaties waarin een lidstaat wordt geconfronteerd met een onverwacht grote stroom asielzoekers. Voorzitter Ursula von der Leyen wil met die wet een kader creëren om snel en gecoördineerd te kunnen reageren op dergelijke noodsituaties.
De situatie in Ceuta legt een bredere kwetsbaarheid bloot. De enclave, die grenst aan Marokko, fungeert al jaren als een van de belangrijkste toegangspoorten tot Europa. Eerdere migratiegolven zetten de toch al beperkte infrastructuur van de stad onder zware druk. De Spaanse regering heeft tot nu toe geen grootschalige evacuatie of herverdeling van de migranten aangekondigd.
De oproep van de burgemeester om dringende hulp blijft voorlopig onbeantwoord. De Europese noodwet moet nog worden uitgewerkt en goedgekeurd, wat tijd kost die Ceuta volgens lokale autoriteiten niet heeft. De komende dagen worden cruciaal voor de vraag of de situatie verder escaleert of onder controle kan worden gebracht.