In de zuidelijke provincies is de eerste lokale vorstdag van het najaar een feit. In Brabant, Limburg en delen van Zeeland kwam de temperatuur in de nacht onder het vriespunt. De vorst kwam later dan gebruikelijk, maar eerder dan vorig jaar.
De laagste meting kwam van het KNMI-station in Woensdrecht in Brabant, met -1,2 graden. In Ell in Limburg werd -1,1 graad gemeten en in Westdorpe in Zeeland -0,4 graad. Die metingen zijn lokaal, maar ze tellen niet mee voor een officiële vorstdag. Daarvoor moet het station in De Bilt onder nul uitkomen, en daar stond de temperatuur in dezelfde nacht op +0,8 graden. Er is dus geen officiële vorstdag geweest, ondanks de vorst op enkele plekken in het zuiden.
Historisch valt de gemiddelde eerste vorstdag rond 23 oktober. Dit jaar was er al eerder grondvorst: op 25 september werd in Twente -0,4 graad gemeten. Vergeleken met andere jaren is de vorst dit najaar dus vroeg, maar niet uitzonderlijk. In 2024 was er op 15 oktober al een lokale vorstdag in Eelde, wat toen ongewoon vroeg was. Vorig jaar bleef het tot 16 november wachten op een lokale vorst, eveneens in Eelde. De vorst van deze week past dus tussen die twee uitersten in.
Het record voor een officiële vorstdag staat op naam van 17 december 2000. De vroegst gemeten officiële vorstdag na de zomer dateert van 16 september 1971, dus ruim voor het huidige najaar. Dit jaar blijft het voorlopig bij lokale vorst. Of De Bilt in de komende nachten alsnog onder nul komt, hangt af van het weer dat volgt.
De koude nacht had ook een zichtbaar gevolg in Winterswijk. De ijsvereniging van het dorp opende kort haar natuurijsbaan van 400 meter. Het ijs was bij de opening ongeveer 2,5 millimeter dik, net dik genoeg om er op te staan. De baan ging om half acht open en was rond tien uur alweer dicht, omdat de zon het ijs begon te laten smelten. Voorzitter Auke Spijkstra meldde dat er bij de opening ongeveer twintig mensen op het ijs stonden. Het was een korte gelegenheid, maar voor de vereniging een bevestiging dat de omstandigheden er even naar waren.
De kou in het zuiden laat zien hoe de vorst per regio kan verschillen. Waar de temperatuur in Brabant en Limburg onder nul zakte, bleef het in het midden van het land nog net boven het vriespunt. Voor de officiële statistiek telt alleen De Bilt, terwijl de lokale metingen wel laten zien waar de koude het eerst toesloeg.