Wireva

Kamer eist debat met Van Weel over onjuiste informatie aangiftes

De Tweede Kamer wil snel in debat met minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) over onjuiste informatie die hij volgens de Algemene Rekenkamer gaf over duizenden onbehandelde aangiftes van ernstige misdrijven. Van Weel spreekt van een verschil van inzicht en ontkent de Kamer op het verkeerde been te hebben gezet.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

De Tweede Kamer wil snel in debat met minister David van Weel (VVD) van Justitie en Veiligheid over onjuiste informatie die hij volgens de Algemene Rekenkamer heeft gegeven over aangiftes van ernstige misdrijven waarmee niets is gebeurd. Meerdere partijen, waaronder Pro, D66, SP, BBB, CDA en Groep Markuszower, steunen een debatverzoek van JA21. Zij willen dat de minister opheldering geeft over zijn uitspraken.

De Algemene Rekenkamer concludeerde in juni dat met duizenden aangiftes van ernstige misdrijven in 2024 niets is gedaan. Het gaat onder meer om aangiftes van geweldsmisdrijven, het vervaardigen van harddrugs en identiteitsfraude. In totaal werden 7000 aangiftes direct afgewezen. In ongeveer 3000 gevallen werd de aangifte wel in behandeling genomen, maar werd het onderzoek later stopgezet vanwege gebrek aan capaciteit bij de politie of het Openbaar Ministerie. Dat is ongeveer een kwart van alle aangiftes van ernstige misdrijven in 2024.

Van Weel zei in een reactie dat het niet alleen om aangiftes ging, maar ook om meldingen zonder aanknopingspunten voor opsporing. Hij sprak van «een vertekend beeld». De Rekenkamer stelt nu dat de minister de Kamer daarmee op «het verkeerde been» heeft gezet. Volgens de Rekenkamer klopt het door Van Weel geschetste beeld niet.

Van Weel ontkent dat hij de Kamer onjuist heeft geïnformeerd of op het verkeerde been heeft gezet. Hij spreekt van «een verschil van inzicht». Hij heeft volgens eigen zeggen niet de bedoeling gehad het rapport en de problemen te bagatelliseren. Het kabinet gaat «serieus aan de slag» met het rapport van de Rekenkamer, aldus de minister.

Verschillende partijen reageren met zorg op de kwestie. JA21-Kamerlid Coenradie vindt dat de minister snel moet uitleggen waar zijn uitspraken op waren gebaseerd en waarom die zo sterk afwijken van de Rekenkamer. «De Kamer moet erop kunnen vertrouwen dat een beeld dat de minister haar voorhoudt klopt. Als daar twijfel over ontstaat, hebben we een serieus politiek probleem», zegt zij.

SP-Kamerlid Dobbe stelt dat op informatie die niet klopt niet te bouwen is. Pro-Kamerlid Mutluer noemt de kwestie «heel ernstig» en wijst erop dat dit slachtoffers direct raakt. CDA-Kamerlid Straatman zegt dat het aan slachtoffers niet is uit te leggen als misdaad niet wordt vervolgd, en dat pogingen het kleiner te maken met onjuiste informatie ernstig zijn. D66-Kamerlid Mathlouti vindt dat zorgen over misdrijven en slachtoffers niet kleiner gemaakt mogen worden met informatie die achteraf niet blijkt te kloppen.

De Rekenkamer stelt dat de politie veel op het bord krijgt en niet alles kan doen. Bij driekwart van het opsporingswerk heeft de politie echter geen zicht op wat wel en niet wordt gedaan en waarom. Waarom de aangiftes geen vervolg hebben gekregen, is volgens de Rekenkamer niet eenvoudig te beantwoorden.

De Kamer wil nu snel een debat met Van Weel. Eventuele consequenties zijn volgens meerdere partijen afhankelijk van de uitleg die de minister geeft. Het woord «ernstig» klinkt bij veel partijen. Als de minister een veel minder ernstig beeld heeft geschetst dan de werkelijkheid, is dat «niet zomaar iets», aldus JA21.