Koning Charles heeft de Britse rol in de slavernij omschreven als een «beschamend hoofdstuk uit de geschiedenis», dat hem met afgrijzen vervult en diep verdriet doet. Hij gaat daarmee verder dan eerdere uitingen, maar biedt nog geen excuses voor de Britse betrokkenheid bij de slavenhandel.
Volgens berichtgeving wordt achter de schermen gewerkt aan een officieel excuus van de Britse regering. Premier Burnham zou daarover overleggen met voormalige Britse koloniën over de bewoordingen. Dat is een verschuiving ten opzichte van de standpunten die de Britten tot nu toe innamen. In de afgelopen jaren werd wel gesproken van «sorrow», groot verdriet over deze duistere geschiedenis, maar niet van «sorry». De vrees is dat een excuus erkenning van verantwoordelijkheid impliceert en de deur opent naar gesprekken over herstelbetalingen.
Die betalingen wees de premier dit weekend nog af. Waarom zouden de huidige inwoners van het Verenigd Koninkrijk, de belastingbetalende burgers, de rekening moeten betalen voor iets dat honderden jaren geleden is gebeurd, vroeg Burnham. Slavernij, hoe verschrikkelijk ook, vond plaats in een ander tijdperk, en de huidige Britse burgers hadden daarin geen enkele rol, aldus de premier. Wel zou zijn regering werken aan een pakket aan investeringen in voormalige koloniën.
De uitspraken vallen tijdens een koninklijk staatsbezoek aan het Caribisch gebied, waar koning Charles het Gemenebest toespreekt. Charles is naast koning van het Verenigd Koninkrijk staatshoofd van veertien andere landen, waaronder gastland Antigua en Barbuda. Hij is ook het symbolische hoofd van het Gemenebest, dat uit 56 landen bestaat. De bijeenkomst is beladen omdat het Caribisch gebied een cruciale rol speelde in de trans-Atlantische slavenhandel. Tussen 1624 en 1807 werden naar schatting 2 miljoen tot slaaf gemaakte Afrikanen naar de Britse koloniën in dat gebied gebracht.
Historicus Stuart Laycock telt 171 landen die Groot-Brittannië door de eeuwen heen is binnengevallen, inclusief kortstondige militaire invallen. Dat is bijna 90 procent van alle landen ter wereld. De omvang van het Britse koloniale verleden, met slavernij, plundering, onderdrukking en uitbuiting, maakt de discussie over excuses en herstelbetalingen volgens veel betrokkenen zeer complex. Volgens de meeste experts maakt die schaal de Britse regering en het koningshuis terughoudender dan bijvoorbeeld de Nederlandse koning Willem-Alexander.
Onderzoekers vinden regelmatig archiefstukken die laten zien dat de rol van de Britse monarchie niet passief was. Elizabeth I zette in 1564 schepen van de Royal Navy in voor een reis van handelsman John Hawkins, die kort daarvoor als eerste Engelsman 300 tot slaaf gemaakte mensen had verkocht. Oude registers tonen ook dat koning Charles II en zijn opvolger James II zich verbonden aan de Royal African Company, een handelscompagnie die honderdduizenden tot slaaf gemaakten verscheepte.
Een ander punt dat financiële compensatie complex maakt, is dat Groot-Brittannië bij de afschaffing van de slavernij niet de tot slaaf gemaakten vergoedde, maar de slavenhouders. De Britse belastingbetaler betaalde daarvoor uiteindelijk 20 miljoen pond, waarvan de laatste afbetalingen pas in 2015 plaatsvonden. De ideeën over herstelbetalingen lopen sterk uiteen. Voor sommigen zijn excuses voldoende, anderen vinden dat er biljoenen moeten worden vergoed aan gebieden waar de slavernij eeuwenlang duurde. Een ander voorstel is een fonds voor ontwikkelingshulp, onderwijs en andere maatschappelijke doelen in voormalige koloniën.
Met zijn toespraak probeerde koning Charles het gesprek een stap verder te brengen. «We kunnen onze geschiedenis niet kiezen en ook niet veranderen», zei hij. Hij sprak over de mogelijkheden van de 56 Gemenebestlanden om samen te werken op het gebied van klimaat, onderwijs en armoedebestrijding. «We kunnen samen het verleden niet veranderen», concludeerde de koning, «maar wel de toekomst».