Rotterdam opent vanaf 1 november een permanente winteropvang in de wijk Overschie. De opvang biedt plaats aan 150 dak- en thuislozen en blijft vijf maanden open, tot en met maart. Anders dan in eerdere jaren is de opvang niet langer afhankelijk van de temperatuur. Normaal gaat de winteropvang pas open bij gevoelstemperaturen onder het vriespunt, maar de gemeente kiest nu voor een vaste plek gedurende het hele winterseizoen.
De gemeente noemt de stap «een grote stap» in de aanpak van dakloosheid. Door mensen langere tijd op één plek te laten verblijven, hoopt Rotterdam hen makkelijker naar een vervolgtraject te begeleiden. Op de locatie in Overschie zijn maatschappelijk werkers en medische hulp aanwezig. Ook krijgen bezoekers een avondmaaltijd en ontbijt.
De openingstijden worden verruimd. De locatie was in eerdere winters open van 18.00 tot 09.00 uur. Vanaf volgende maand kunnen mensen terecht van 16.00 tot 11.00 uur. Dat moet meer rust brengen. De opvang wordt verzorgd door de Nico Adriaans Stichting (NAS), een zorgorganisatie die zich inzet voor kwetsbare Rotterdammers.
Naast de 150 plekken voor dak- en thuislozen zijn er op dezelfde locatie vijftig plekken voor arbeidsmigranten uit de Europese Unie en twintig voor mensen die wachten op een woning via Centraal Onthaal, het gemeentelijke aanmeldpunt voor dak- en thuislozen.
Volgens de gemeente slapen dagelijks zo'n tweehonderd tot driehonderd mensen buiten in Rotterdam. Wethouder Astrid Kockelkoren (Dakloosheid) verwacht niet dat zij allemaal gebruik willen maken van de winteropvang. Wanneer het buiten gaat vriezen, wordt de basisopvang uitgebreid.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van afgelopen maart was het daklozenprobleem een van de belangrijkste thema's in Rotterdam. Het plan voor de permanente winteropvang werd ondertekend door coalitiepartijen Pro, D66, VVD, CDA en Volt. Ook oppositiepartijen PvdD, CU, SP en Bij1 zetten een handtekening. Het is onderdeel van het Stadsakkoord Dakloosheid, dat bestaat uit elf punten om het groeiende aantal dak- en thuislozen in de stad terug te dringen.