Wireva

Demir pleit voor gereglementeerde legalisering van pepperspray

Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir (N-VA) wil dat pepperspray onder voorwaarden wettig zelfverdedigingsmiddel wordt. Volgens haar voelen vrouwen en mannen zich onveilig op straat.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir (N-VA) pleit voor een gereglementeerde legalisering van pepperspray als zelfverdedigingsmiddel. Volgens haar zou het gebruik ervan onder bepaalde voorwaarden toegelaten moeten zijn als wettige zelfverdediging. Ze deed die uitspraak donderdag in het Vlaams Parlement.

«Vrouwen en mannen moeten zich veilig voelen op straat», aldus Demir. Ze wijst erop dat niet alleen vrouwen zich onveilig voelen, maar ook mannen. Haar voorstel moet volgens de minister een antwoord bieden op die onveiligheidsgevoelens, die volgens haar breed leven in de samenleving.

Demir benadrukt dat de legalisering gereglementeerd moet gebeuren. Het gaat dus niet om een vrije verkoop of een onbeperkt gebruik, maar om een kader met voorwaarden. In haar toelichting verwees ze naar de realiteit waarin we niet leven: «We leven niet in een ideale wereld». Daarmee koppelt ze het voorstel aan de vaststelling dat burgers zichzelf in de praktijk moeten kunnen beschermen.

Die uitspraak past in een bredere discussie over veiligheid en zelfverdediging op straat. Het voorstel gaat over een situatie waarin burgers vandaag weinig juridische ruimte hebben om zichzelf met een hulpmiddel te verdedigen. Pepperspray wordt in het huidige kader niet als gewoon verdedigingsmiddel beschouwd, en het gebruik ervan kan juridisch een grijs gebied opleveren. Een gereglementeerde regeling zou die onzekerheid moeten wegnemen, zo lijkt de redenering van de minister.

Demir spreekt in haar uitspraak van wettige zelfverdediging, een begrip dat in het strafrecht bepaalt wanneer geweld niet strafbaar is. Door pepperspray daarin onder voorwaarden te betrekken, zou het middel binnen dat kader vallen. Welke voorwaarden precies gelden, zoals leeftijd, verkoop, opleiding of het moment van gebruik, heeft de minister in de beschikbare berichtgeving niet nader toegelicht. Het voorstel blijft daardoor vooral een principiële keuze, zonder uitgewerkte wetstekst.

Ook de reactie van het Vlaams Parlement en van andere partijen is in de beschikbare bronnen niet uitgebreid beschreven. Wel is duidelijk dat de minister haar pleidooi uitdrukkelijk in een parlementaire context heeft gebracht, wat betekent dat het onderwerp nu op de politieke agenda staat en verder besproken kan worden. Hoe het voorstel concreet vorm zou krijgen, en of het ook op federaal niveau wordt opgepakt, blijft voorlopig open.

Same event, other desks

Story file →