In de Haïtiaanse stad Kenscoff, op een heuvel boven de hoofdstad Port-au-Prince, zijn in de nacht van zondag op maandag tientallen mensen om het leven gekomen bij een aanval van een gewapende bende. De burgemeester van Kenscoff spreekt van zeker dertig doden. De Haïtiaanse mensenrechtenorganisatie RNDDH schat dat er dertig tot veertig mensen zijn omgekomen en dat vijftien tot twintig mensen gewond zijn geraakt.
Het geweld begon volgens RNDDH zondag rond 22.30 uur. Een volledig beeld van wat er precies is gebeurd, is nog niet te geven. Kenscoff heeft sinds vorig jaar te maken met herhaalde aanvallen door gewapende groeperingen. Duizenden bewoners zijn daardoor hun huis ontvlucht. Alleen al in de eerste maanden van vorig jaar kwamen volgens schattingen van de Verenigde Naties 260 mensen om het leven in de stad. Daarna volgden nog ongeveer tien aanvallen.
Inwoners van Kenscoff zijn bij eerdere aanvallen verkracht en ontvoerd, hun huizen zijn platgebrand en hun vee is gestolen. De stad is een van de gebieden waar bendes hun invloed de afgelopen jaren sterk hebben uitgebreid. Naar schatting hebben zwaarbewapende groeperingen nu ongeveer zeventig procent van de hoofdstad onder controle en breiden zij hun aanwezigheid ook buiten Port-au-Prince uit.
De gevolgen van het bendegeweld zijn in heel Haïti voelbaar. Volgens de Verenigde Naties zijn in de eerste helft van dit jaar in het hele land ongeveer 3.100 mensen om het leven gekomen door bendegeweld. Daarnaast zijn naar schatting 1,5 miljoen mensen op de vlucht geslagen voor het geweld.
Haïti zit sinds 2021 zonder president, nadat Jovenel Moïse in de zomer van dat jaar in zijn slaapkamer werd doodgeschoten. Eind dit jaar staan voor het eerst in meer dan een decennium verkiezingen gepland. Deskundigen waarschuwen echter dat het op dit moment veel te gevaarlijk is om naar de stembus te gaan, omdat bendes grote delen van het land in hun greep hebben.