Het Openbaar Ministerie heeft straffen opgelegd na het overlijden van de 16-jarige stagiair Bram Wesselink bij een bedrijfsongeval in Tubbergen. Twee betrokken bedrijven krijgen een boete en de stagebegeleider een werkstraf van veertig uur. Het OM handelt de zaak af met strafbeschikkingen, waardoor de nabestaanden een rechtszaak bespaard blijft.
Bram liep stage als elektromonteur bij een installatiebedrijf in Tubbergen. Op 14 mei 2024 voerde hij werkzaamheden uit voor dat bedrijf in een hotel in dezelfde plaats. Daar was een stroomstoring ontstaan in de serre. Bram en een collega konden de oorzaak na anderhalve dag zoeken niet vinden en vervolgden hun zoektocht in de vochtige kruipruimte van het hotel. De jongen kreeg daarbij een stroomstoot. Toen hij uit de kruipruimte werd gehaald, mocht reanimatie niet meer baten.
Uit onderzoek van de arbeidsinspectie bleek dat er op de locatie niet spanningsloos was gewerkt. Er lag een lasdoos open met een draad die onder spanning stond. Volgens het OM zijn het installatiebedrijf, het hotel en de stagebegeleider ernstig tekortgeschoten bij het naleven van de veiligheidsvoorschriften. Zo werd vooraf niet gecontroleerd of de installatie stroomloos was.
Daarnaast hebben de werkgevers en de begeleider te weinig rekening gehouden met de jonge leeftijd van de stagiair en de risico's die het werk met zich meebracht. „Het was hun verantwoordelijkheid om daarop toe te zien en aan te sturen op een veilige werkomgeving”, aldus het OM. Het installatiebedrijf krijgt een boete van 60.000 euro, het hotel een boete van 15.000 euro.
De ouders van Bram zeggen tegen RTV Oost vrede te hebben met de afhandeling. „Als we met een strafzaak iets hadden kunnen winnen, dan waren we tot het uiterste gegaan. Maar het leed was al geschied. Wat er ook gebeurt, Bram krijgen we niet terug.”