De Spaanse premier Pedro Sánchez heeft gezegd dat er geen harde bewijzen zijn dat Marokko verantwoordelijk is voor de dodelijke stormloop van tienduizenden migranten naar de Spaanse exclave Ceuta eind juli. Daarmee weerspreekt hij een gelekt politierapport waarin staat dat Marokkaanse agenten laks optraden en de menigte mogelijk actief richting grensovergangen stuurden.
In het Spaanse parlement zei Sánchez dat geen enkele instelling — noch de diplomatieke dienst, noch de Europese Commissie, noch enig internationaal orgaan — de regering hard bewijs heeft geleverd dat Marokko het incident heeft gepland of uitgevoerd. „Helemaal niets”, aldus de premier. Wel verweet hij de Marokkaanse grenspolitie dat die het urenlang liet gebeuren.
Het Nationaal Centrum voor Immigratie en Grensbewaking (CENIF) van de Spaanse politie concludeerde eerder dat Marokkaanse agenten, in uniform en burgerkleding, de menigte mogelijk actief richting specifieke grensovergangen stuurden en migranten begeleidden bij hun overtocht via het water. Satellietbeelden zouden bovendien tonen dat er op het moment van de toestroom weinig Marokkaanse bewaking op de been was.
Bij de oversteek eind juli staken naar schatting 70.000 migranten de grens over van Marokko naar Ceuta. Daarbij kwamen 82 mensen om het leven, onder meer door verdrinking. De meeste migranten keerden diezelfde dag nog terug, maar duizenden bleven in de exclave. Zij verblijven nog steeds in Ceuta, velen onder erbarmelijke omstandigheden in kampen, op straat of op stranden. De spanningen tussen de migranten en de bewoners lopen op.
In het parlementaire debat, dat een dag na grootschalige demonstraties in heel Spanje over de crisis in Ceuta werd gehouden, richtte Sánchez zich ook op twee Marokkaanse ministers. Hun uitspraken noemde hij „onaanvaardbaar”. De Marokkaanse minister van Justitie, Ouahbi, heeft vorige maand publiekelijk herhaald dat Marokko aanspraak maakt op de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla, gelegen aan de Noord-Afrikaanse kust. Sánchez heeft de Marokkaanse ambassadeur in Spanje daarop ontboden.
Volgens de Spaanse premier hebben Ceuta en Melilla behoefte aan een bezoek van het Spaanse staatshoofd, na zo'n twintig jaar zonder bezoek. Hij riep koning Felipe VI op om er „de komende weken” langs te gaan. De situatie in Ceuta wordt steeds kritieker en de partij van Sánchez staat daardoor onder druk.
Het gelekte politierapport, ingezien door onder meer dagblad El País, stelt ook dat sociale media een rol speelden bij het ontstaan van de migrantenstroom. Mensen zouden elkaar daar hebben geïnspireerd om de grens over te steken. Daarnaast speelde een uitspraak van het Spaanse Hooggerechtshof een rol. Begin juli oordeelde dat hof dat migranten die zwemmend of per boot Ceuta bereiken, niet zonder procedure mogen worden teruggestuurd. Volgens de politie is die uitspraak door migranten niet goed geïnterpreteerd.