Het kabinet trekt 7 miljard euro extra uit om de woningbouw aan te jagen. Het geld is vooral bedoeld voor goedkope woningen. Daarnaast komt er vanaf 2028 een verplichte inkomensafhankelijke huurverhoging voor sociale huurwoningen, waarmee het kabinet wil optreden tegen zogenoemde scheefhuurders.
Met de miljardeninvestering wil het kabinet de vastgelopen woningmarkt vlot trekken. De bouw van betaalbare woningen stagneert al langer door stijgende kosten, gestegen rentes en een tekort aan bouwlocaties. Het extra geld moet ervoor zorgen dat er meer woningen bijkomen in het segment waar de druk het hoogst is: de sociale huur en het lagere middensegment. Het kabinet kiest daarmee voor een gerichte impuls, waarbij de nadruk ligt op woningen voor huishoudens met een bescheiden inkomen.
De maatregel tegen scheefhuurders is een tweede pijler van het beleid. Mensen met een relatief hoog inkomen die in een sociale huurwoning wonen, moeten vanaf 2028 een huurverhoging gaan betalen die afhankelijk is van hun inkomen. Het gaat om huishoudens die volgens het kabinet eigenlijk te veel verdienen voor een sociale huurwoning, maar er toch blijven wonen. Door de huur voor hen te verhogen, hoopt het kabinet de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. De vrijkomende sociale huurwoningen kunnen dan terechtkomen bij mensen die er gezien hun inkomen wel recht op hebben.
De inkomensafhankelijke huurverhoging is niet nieuw in de discussie, maar wordt nu met een concrete ingangsdatum van 2028 in het vooruitzicht gesteld. Verhuurders in de sociale sector krijgen daarmee een instrument om de huur van scheefhuurders sneller te laten stijgen dan de reguliere jaarlijkse huurverhoging. Het kabinet wil zo bereiken dat het wonen in een sociale huurwoning aantrekkelijker wordt voor de doelgroep en minder aantrekkelijk voor huishoudens die inmiddels meer verdienen.
De precieze uitwerking van beide maatregelen moet nog volgen. Duidelijk is dat het kabinet met het geld en de huurmaatregel twee doelen tegelijk nastreeft: meer betaalbare woningen bouwen en de bestaande voorraad sociale huurwoningen beter laten aansluiten bij de inkomens van de bewoners. Of de 7 miljard voldoende is om de woningbouw echt op gang te brengen, zal moeten blijken uit de bouwcijfers van de komende jaren.