Steeds meer middelbare scholen werken in de klas met laptops. Wanneer ouders zo’n apparaat niet kunnen of willen betalen, is de school verplicht een volwaardig alternatief te bieden, zoals een leenlaptop. In de praktijk gaat dat niet altijd goed, waardoor scholieren niet volledig kunnen meedoen met de les.
Maatschappelijk werker Isabel Hamer, die gezinnen helpt bij aanvragen voor laptops, ziet de gevolgen van dichtbij. „Ik zie hoeveel stress dit oplevert”, zegt ze. „Bijvoorbeeld wanneer maar de helft van een laptop wordt vergoed.” In meerdere gevallen moest Hamer met scholen in gesprek omdat die niet ingingen op hulpvragen van ouders. Zo kreeg een leerling pas na maanden een tablet van school. „Dan loopt zo’n kind meteen achter.”
Scholen mogen ouders vragen vrijwillig bij te dragen aan een laptop, maar die bijdrage is niet verplicht, laat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap weten. Kunnen of willen ouders niet betalen, dan moet de school een leenlaptop of een ander volwaardig alternatief regelen. Volgens het ministerie gaat dat in de meeste gevallen goed, maar het is niet duidelijk hoe vaak het misgaat. Per school en gemeente verschillen de hulpregelingen.
Het Armoedefonds meldde onlangs dat het aantal hulpvragen van ouders toeneemt. Stichting Leergeld hielp vorig jaar ongeveer 22.000 gezinnen aan een laptop. „Nu is het regionaal maatwerk”, zegt een woordvoerder van de stichting. „We zijn pleisters aan het plakken, maar er is een landelijke oplossing nodig.”
Ook scholierenvereniging LAKS ontvangt meldingen van leerlingen met leenlaptops waarop schoolprogramma’s niet goed werken. Soms zijn leerlingen afhankelijk van een mediatheek op school die ’s middags sluit, waardoor ze daar na hun lessen niet meer terechtkunnen. Scholen verwijzen ouders vaak direct door naar het Armoedefonds of Stichting Leergeld, ziet Lobke Vlaming van stichting Ouders en Onderwijs. „Dat leidt tot schaamte. Je dwingt ouders zo hun hand op te houden en dat weerhoudt mensen ervan om die stap te zetten.” Daardoor betalen ouders de laptop vaak toch zelf, zegt Vlaming, „terwijl ze hier veel voor moeten laten.”
Het Armoedefonds vindt dat leerlingen niet afhankelijk zouden moeten zijn van hun ouders, gemeenten of fondsen om toegang te krijgen tot onderwijs. De huidige situatie leidt volgens het fonds tot ongelijkheid in het onderwijs. „Kinderen zonder goede laptop staan 3-0 achter”, aldus de organisatie. „De laptop is een basisvoorwaarde om mee te doen op school.”
Het ministerie stelt dat de Inspectie van het Onderwijs toeziet op de naleving van de regels. Maar een specifieke aanpak rondom laptopregels is er volgens de inspectie niet. „Als een device noodzakelijk is om mee te doen, dan moet de school dit regelen. We krijgen af en toe signalen over scholen die zich niet aan die regels houden, maar dat wordt niet apart in kaart gebracht.”
Al langer roepen organisaties, waaronder LAKS, op om digitale leermiddelen landelijk te financieren, zoals dat ook bij schoolboeken gebeurt. „We horen van scholen dat zij kampen met financiële tekorten; leerlingen die ervaring hebben met armoede worden hier de dupe van”, zegt het LAKS.
De Tweede Kamer nam in juni een motie aan om de Wet Gratis Schoolboeken aan te passen, zodat ook laptops binnen deze wet vallen. Maar staatssecretaris Tielen van Onderwijs liet onlangs weten dat de wet voorlopig niet wordt aangepast. „Het ingewikkelde van gratis is dat het niet bestaat”, zegt Tielen. „Dus dat betekent eigenlijk dat we 400 tot 600 miljoen euro zouden moeten gaan besteden aan laptops. Het is gewoon heel erg duur en gelukkig zijn er voor heel veel ouders goede regelingen om wel die tegemoetkoming te krijgen.”
Voorlopig ligt de verantwoordelijkheid dus bij de scholen. Ouders die in de problemen komen, kunnen dit volgens het ministerie aankaarten bij de school. Komt hier geen oplossing uit, dan kunnen zij een klacht indienen bij de Inspectie van het Onderwijs, die dan onderzoek kan doen.