Wireva

Oranjemars in Portadown na 28 jaar tegengehouden door protest

Een omstreden Oranjemars in het Noord-Ierse Portadown ging maandag niet door nadat zo'n 2000 tegenbetogers de route blokkeerden. De mars, voor het eerst in 28 jaar toegestaan, leidde tot een urenlange patstelling en politie-inzet.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Een omstreden Oranjemars in het Noord-Ierse stadje Portadown is maandag niet doorgegaan. Zo'n 2000 tegenbetogers blokkeerden de route van de optocht, die voor het eerst in 28 jaar weer door de overwegend katholieke en pro-Ierse wijk Garvaghy Road zou trekken. De politie zette een bufferzone op tussen voor- en tegenstanders. Na een patstelling van uren kon de mars niet doorgaan.

Aan de optocht mochten slechts 35 leden van de protestantse, pro-Britse Oranje-orde deelnemen. De Noord-Ierse Parades Commission had de mars afgelopen vrijdag onder strikte voorwaarden toegestaan: de tocht moest 's ochtends plaatsvinden, zonder muziekkorpsen en met een beperkt aantal deelnemers. Leden van de Oranje-orde hadden het eerdere verbod bij de rechter aangevochten en kregen vorige maand gelijk.

Het protest tegen de mars was niet aangemeld of goedgekeurd door de Parades Commission. De politie waarschuwde demonstranten dat ze gearresteerd konden worden voor het blokkeren van de weg. De Noord-Ierse premier Michelle O'Neill van Sinn Féin had tegenbetogers opgeroepen om «vol te houden» en tot middernacht op straat te blijven. Unionisten pleiten inmiddels voor haar aftreden en stellen dat zij en andere partijleden de wet hebben overtreden.

De Welshe politicus Chris Bryant, de nieuwe minister voor Noord-Ierland, riep beide kampen op tot kalmte en tot gesprek. De Britse premier Burnham zei: «Er is grote vooruitgang geboekt in Noord-Ierland en we willen niet dat de situatie achteruitgaat.» De Oranje-orde probeerde maandagochtend alsnog de optocht te houden, maar werd tegengehouden door de politie.

De spanningen rond de mars leggen bloot hoe gevoelig de situatie in Noord-Ierland nog altijd is. Premier O'Neill zei tegen The Guardian dat bewoners een terugkeer naar de jaren 90 vrezen. De optocht «zet vraagtekens bij de werking van het hele vredesproces», aldus O'Neill.

De Oranjemars leidde in de jaren 90 vaak tot geweld en werd sinds de Goede Vrijdagakkoorden van 1998 verboden. Die akkoorden maakten een einde aan decennia van conflict tussen overwegend katholieke republikeinen die een verenigd Ierland nastreven en overwegend protestantse unionisten die bij het Verenigd Koninkrijk willen blijven. Tussen 1969 en 1998 eiste het conflict, bekend als The Troubles, ruim 3500 levens en raakten meer dan 40.000 mensen gewond.

De wortels van het conflict gaan verder terug. Na de onafhankelijkheidsoorlog tussen Engeland en Ierland werd Noord-Ierland deel van het Verenigd Koninkrijk. In Londonderry, door republikeinen Derry genoemd, konden katholieken in de jaren 60 geen aanspraak maken op sociale huurwoningen en werden ze gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Het stemrecht was beperkt tot huiseigenaren, die veelal protestant waren. Kiesdistricten werden zo getekend dat protestanten de meerderheid in het stadsbestuur behielden. In 1968 vond in de stad het eerste burgerrechtenprotest plaats, waar de Britse politie hard optrad. In 1969 volgden grote rellen in Belfast waarbij acht doden en 130 gewonden vielen. Meer nationalisten sloten zich aan bij de IRA, die tot 1998 regelmatig autobommen plaatste.

De gebeurtenissen in Portadown tonen dat de verhoudingen in Noord-Ierland nog altijd onder druk staan. De mars kon uiteindelijk geen doorgang vinden, maar de politieke nasleep duurt voort.

Same event, other desks

Story file →