Wireva

Meer praktijkscholen krijgen subsidie voor leerlingen met geldzorgen

Nog eens 115 praktijkscholen ontvangen dit jaar subsidie om leerlingen uit gezinnen met weinig geld te ondersteunen, bijvoorbeeld met werkschoenen, een fiets of een laptop. Een pilot met 25 scholen was succesvol.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Nog eens 115 praktijkscholen in Nederland krijgen dit jaar subsidie om leerlingen te helpen die in armoede opgroeien. Dat gebeurt na een succesvolle pilot met 25 scholen in het vorige schooljaar. Het geld komt uit een project van het Jeugdeducatiefonds, dat samenwerkt met de Sectorraad Praktijkonderwijs en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Met de subsidie kunnen scholen snel praktische zaken regelen die het verschil maken tussen wel of niet naar school kunnen. Het gaat bijvoorbeeld om werkschoenen, een ov-kaart, een bril of een fiets. Voor sommige leerlingen betekent dat dat ze hun diploma kunnen halen. Stagecoördinator Rian Bous van praktijkschool De Bolster in Groningen ziet dagelijks hoe groot het effect is. «Je kunt leerlingen veel sneller helpen», zegt ze. Ze noemt het voorbeeld van een meisje met fysieke beperkingen wier elektrische fiets kapot was. Openbaar vervoer was te duur en op een gewone fiets lukte het niet, waardoor ze niet naar school kon komen. «Normaal gesproken duurt het lang voordat iets geregeld is en heb je tussentijds verzuim. Nu konden we via het budget meteen een nieuwe elektrische fiets regelen.»

Volgens een woordvoerder van het Jeugdeducatiefonds groeit minimaal de helft van de leerlingen op alle praktijkscholen in Nederland op in relatieve armoede. «Juist in het praktijkonderwijs zien we hoe geldgebrek direct de ontwikkeling van een jongere kan raken», zegt de woordvoerder. «Het kan gaan om werkschoenen, een ov-kaart of een bril: geen enorme bedragen, maar voor een gezin met weinig financiële ruimte kunnen ze wel degelijk een obstakel zijn. De school ziet wat een leerling nodig heeft en kan met dit budget snel handelen.»

De problematiek speelt niet alleen op praktijkscholen. Ook in andere vormen van middelbaar onderwijs zijn financiële verschillen tussen leerlingen merkbaar. Steeds meer middelbare scholen werken met laptops in de klas. Als ouders zo'n laptop niet kunnen of willen betalen, moet de school ervoor zorgen dat een leerling toch volledig kan meedoen. In de praktijk gaat dat niet altijd goed, waardoor scholieren niet volwaardig kunnen deelnemen. Hulpregelingen verschillen per school en gemeente. Soms verwijzen scholen ouders direct door naar het Armoedefonds of Stichting Leergeld, maar dat leidt tot schaamte, zegt stichting Ouders en Onderwijs.

De uitbreiding van de subsidie naar 115 scholen betekent dat duizenden leerlingen extra ondersteuning kunnen krijgen. Scholen kunnen het budget naar eigen inzicht inzetten, zolang het maar bijdraagt aan de deelname van de leerling. Het Jeugdeducatiefonds benadrukt dat de kracht van de regeling zit in de snelheid en de nabijheid: de school signaleert en handelt, zonder lange procedures. De pilot met 25 scholen vorig schooljaar heeft laten zien dat dit werkt. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid steunt het project en ziet het als een manier om armoede onder jongeren tegen te gaan.

Voor de betrokken scholen betekent de subsidie niet alleen praktische hulp, maar ook rust. Leerlingen die niet hoeven te worstelen met materiaal of vervoer, kunnen zich beter richten op hun opleiding. Dat vergroot hun kansen op een diploma en daarmee op werk. De verwachting is dat het aantal deelnemende scholen de komende jaren verder groeit, zodat meer leerlingen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.