Wireva

Elektrisch rijden wordt goedkoper door accuprijzen en concurrentie

Elektrische auto's worden goedkoper doordat fabrikanten elkaar beconcurreren en accu's in prijs dalen. De betaalbaarheid staat echter onder druk door uitgestelde regelgeving en nieuwe heffingen.

Elektrische auto's worden langzaam goedkoper. Dat komt niet door nieuwe overheidssubsidies, maar doordat autofabrikanten elkaar stevig beconcurreren en de prijzen van accu's dalen. Deze ontwikkeling maakt elektrisch rijden voor een bredere groep kopers bereikbaar, al zijn er nog de nodige hobbels.

De prijsdaling is een opvallende trend in een markt die jarenlang vooral duurder leek te worden. Waar elektrische modellen eerder vooral in het premiumsegment te vinden waren, verschuift het aanbod nu richting betaalbare compacte auto's. Fabrikanten moeten wel, want de concurrentie is moordend en de verkoopcijfers van EV's staan onder druk. Dalende accukosten versterken dat effect: de batterij is nog altijd het duurste onderdeel van een elektrische auto, dus elke prijsdaling daarvan werkt direct door in de showroomprijs.

Toch is er een keerzijde. De overheid heeft de Greentimerregeling aangekondigd, maar die gaat pas in 2029 en verdwijnt alweer in 2032. De regeling biedt 14 procent bijtelling voor EV's van vijf tot acht jaar oud. Dat is een beperkte en tijdelijke maatregel, die volgens leasemaatschappij Ayvens de betaalbaarheid van elektrisch rijden juist kan vergroten. Door de uitstelling krijgen de komende jaren minder EV's een tweede kans in de lease, terwijl daar groeikansen liggen voor verdere elektrificatie.

Ayvens pleit daarom voor een nieuwe SEPP-subsidie, die de aanschaf van een tweedehands EV ook voor particulieren aantrekkelijk moet maken. Dat is goed voor de restwaarde van de nieuwe vloot, maar zou ook een tegenhanger kunnen zijn van de Greentimerregeling. Een soortgelijke regeling is al aangekondigd in de vorm van een sloopregeling voor wie een oudere brandstofauto inruilt op een EV. Hoeveel geld dat per geval oplevert, is nog niet bekend.

Ondertussen gaat de pseudo-eindheffing volgend jaar in. Werkgevers moeten dan jaarlijks 12 procent van de nieuwwaarde van aan werknemers ter beschikking gestelde brandstofauto's afdragen. Volgens Ayvens-directeur Sander Pleij betekent dit een fundamentele verschuiving: van het stimuleren van elektrisch rijden naar het actief ontmoedigen van auto's met een verbrandingsmotor. «De nieuwe regeling vraagt veel van werkgevers en leaserijders. Organisaties zullen hun mobiliteits- en wagenparkbeleid versneld moeten aanpassen», aldus Pleij. Hij noemt het een klein lichtpunt dat de uitvoerbaarheid op enkele punten is verbeterd, bijvoorbeeld voor vervangend vervoer. Tegelijk blijft het essentieel om de praktische gevolgen na invoering te blijven volgen en waar nodig bij te sturen.

De verschuiving naar elektrisch rijden raakt ook het modellenaanbod. Nissan brengt de compacte hybride-SUV Kicks naar Europa. De auto wordt gebouwd in Sunderland, waar Nissan 170 miljoen Britse pond in investeert. De Kicks is een B-segmenter die in Noord- en Zuid-Amerika al aan zijn tweede generatie toe is. De E-Power-versie rijdt altijd elektrisch, maar heeft een 1,4-liter benzinemotor als generator. Dat moet zorgen voor een soepele rijervaring en een laag verbruik. Specificaties en prijzen volgen later.

De Kicks is een conventioneel alternatief naast de Juke, die in de toekomst volledig elektrisch wordt en een uitgesproken uiterlijk krijgt. In Sunderland worden straks de Qashqai, Juke, Kicks en Leaf gebouwd. Nissan krijgt zo een breed aanbod in een belangrijk segment. De goedkopere accu's en de felle concurrentie zorgen ervoor dat elektrisch rijden langzaam betaalbaarder wordt, maar de regelgeving en heffingen maken de overgang voor zakelijke rijders en particulieren voorlopig allesbehalve eenvoudig.