Wireva

Belgische docente ontslagen na weigeren hoofddoek af te doen

De Belgische docente Hadija Amajoud is ontslagen omdat ze weigert les te geven zonder hoofddoek. In Oost-Vlaanderen geldt sinds september 2024 een verbod op zichtbare religieuze tekens bij leerkrachten. Amajoud vecht haar ontslag aan, gesteund door vakbond ACOD.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

De Belgische docente Hadija Amajoud is ontslagen omdat ze weigert les te geven zonder hoofddoek. Dat melden Belgische media. In de provincie Oost-Vlaanderen geldt sinds september 2024 een verbod op zichtbare religieuze tekens voor leerkrachten in het provinciaal onderwijs. Amajoud legt zich niet neer bij haar ontslag en krijgt steun van de socialistische vakbond ACOD, die beroep heeft aangekondigd.

Amajoud begon in september 2022 als leerkracht op een school in Assenede. Destijds droeg ze al een hoofddoek; het verbod bestond toen nog niet. Op 1 januari 2024 kreeg ze een vast contract. Enkele maanden later, in mei 2024, startte het provinciebestuur een tuchtprocedure tegen haar vanwege de hoofddoek. Omdat er op dat moment nog geen sluitende regels waren, werd die procedure stopgezet. Volgens de Belgische krant HLN bood de provincie haar aan om het vak islamitische godsdienst te gaan geven, omdat ze in die rol haar hoofddoek zou mogen houden. Amajoud weigerde: «Ik wil niet gereduceerd worden tot mijn geloof. Ik vind het een raar voorstel: u draagt een hoofddoek? Dan gaat u islam geven.» Ze zei dat ze daarvoor niet is opgeleid en dat haar professionele interesse daar niet ligt.

Amajoud vindt dat de regels die in september 2024 ingingen, leiden tot discriminatie op de werkvloer. Ze stapte naar het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI), dat haar gelijk gaf. Het VMRI oordeelde dat er sprake was van directe discriminatie toen de nieuwe personeelsregels nog niet golden. Na de invoering van het reglement was er volgens het instituut sprake van indirecte discriminatie: een algemene, ogenschijnlijk neutrale regel die in de praktijk één specifieke groep onevenredig hard treft. Volgens het VMRI dwingen neutrale kledingvoorschriften islamitische vrouwen in de praktijk te kiezen tussen hun baan of een essentieel deel van hun identiteit. Ook bleek niet dat hun hoofddoek de neutraliteit van de lessen schaadt, concludeerde het instituut. Het oordeel was een zwaarwegend advies, maar niet juridisch bindend voor de werkgever. Het VMRI adviseerde Amajoud haar werk te laten doen met hoofddoek en het algemeen verbod op religieuze of levensbeschouwelijke symbolen in het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen in te trekken.

Met dat advies wilde Amajoud de nieuwe personeelsregels aanvechten bij de rechter, maar die wees haar vordering in mei van dit jaar af. De rechter oordeelde dat Amajoud zelf voor een loopbaan in het onderwijs heeft gekozen en dat ze zich moet houden aan de democratisch goedgekeurde regels van het provinciebestuur. Na een nieuwe tuchtprocedure werd ze ontslagen. Amajoud zegt niet alleen haar baan te verliezen, maar ook haar inkomen, zekerheid en vaste benoeming. Ze vindt dat professionaliteit kan samengaan met het uiten van haar identiteit. Daarnaast wijst ze op het lerarentekort en noemt het lastig te begrijpen dat juist nu een docent moet vertrekken.

De regelgeving op Oost-Vlaamse scholen wordt gemaakt door de provincie en is niet landelijk geregeld. Het provinciebestuur bestaat uit N-VA, CD&V en Vooruit. Begin dit schooljaar voerde het bestuur per 1 september ook een neutraliteitsreglement in voor leerlingen. Ook voor hen is het nu verboden om religieuze kleding of symbolen te dragen. De zaak roept vragen op over de verhouding tussen neutrale kledingvoorschriften en godsdienstvrijheid in het onderwijs. De vakbond ACOD blijft zich inzetten voor Amajoud en heeft beroep aangetekend tegen het ontslag.