Wireva

EU dringt aan op meer marineschepen in Rode Zee, energiecrisis blijft onbeheerd

EU-buitenlandcommissaris Kaja Kallas roept Europese landen op om meer marineschepen naar de Rode Zee te sturen, nu de Houthi's de controle over de zeestraat Bab el Mandeb hebben overgenomen. Italië stuurt al schepen. Tegelijkertijd waarschuwen experts dat een duidelijke Europese strategie voor de energiecrisis ontbreekt, terwijl de spanningen in het Midden-Oosten de energieprijzen hoog houden.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

EU-buitenlandcommissaris Kaja Kallas heeft Europese landen opgeroepen om meer marineschepen naar de Rode Zee te sturen. De oproep volgt op de overname van de zeestraat Bab el Mandeb door de Houthi's deze maand, waardoor de dreiging voor de commerciële scheepvaart sterk is toegenomen. Italië heeft al schepen gestuurd en andere landen wordt gevraagd hetzelfde te doen.

De Italiaanse minister van Defensie Guido Crosetto waarschuwde dat de economische gevolgen rampzalig zullen zijn als er niet wordt ingegrepen. Hij zei geen geduld te hebben voor Europese bureaucratie en besloot daarom zelf schepen naar het gebied te sturen. De toegenomen dreiging in de Rode Zee komt bovenop de aanhoudende blokkade van schepen in de Straat van Hormuz, een andere cruciale zeestraat voor de wereldwijde olie- en gasstromen.

Italië is sterker dan andere Europese landen afhankelijk van de import van fossiele brandstoffen uit de Golfregio, wat de alarmerende woorden van minister Crosetto verklaart. Maar de energiecrisis is nu al overal in Europa voelbaar. Volgens Lucia van Geuns, energie-expert bij het HCSS, zullen de hoge energieprijzen nog wel even aanhouden door de oplaaiende problemen met de Houthi's. Dit roept de vraag op wat Europa kan of moet doen om de energieprijzen te beteugelen en de energiezekerheid in de toekomst te garanderen.

De afgelopen maanden hebben Europese landen afzonderlijk maatregelen genomen om de last voor burgers te verlichten. Die varieerden van accijns- of btw-verlaging op brandstof tot het instellen van een prijsplafond. Deskundigen stellen echter dat deze maatregelen niet de mensen helpen die het het hardst nodig hebben en dat ze de vraag naar fossiele brandstoffen niet verminderen. Analist Van Geuns noemt het een lappendeken aan beleid en wijst erop dat een duidelijke Europese strategie ontbreekt.

Het doet haar denken aan de gascrisis in 2022, na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne. Nederland en Duitsland pasten toen snel hun havens aan om ze geschikt te maken voor de invoer van vloeibaar gas uit de Verenigde Staten, maar daar bleef het bij. Volgens Van Geuns zou je hopen dat Europese landen daarvan leren en de handen ineen slaan om weerbaarder te worden voor dit soort crises, maar dat ziet ze niet gebeuren. Het past volgens haar in een patroon van reactief beleid binnen de EU.

Energie-expert Michel don Michaloliakos van het instituut GeopolitiekNu vindt ook dat eensgezinde EU-actie lang op zich laat wachten. Hij stelt dat Europa schittert in afwezigheid als het gaat om het smeden van nieuwe samenwerkingen met energieproducerende landen. Landen als Saoedi-Arabië, de Emiraten en Irak werken al aan alternatieve olie- en gasroutes die de Straat van Hormuz kunnen omzeilen. Gisteren kondigde de Verenigde Staten aan miljarden te investeren in deze projecten in het Midden-Oosten. Europa zou er verstandig aan doen dit voorbeeld te volgen, vindt Don Michaloliakos.

De EU zou aan tafel moeten zitten bij het hertekenen van die energieroutes, zonder de afhankelijkheid volledig te verplaatsen, aldus de expert. We hebben gezien dat landen als Rusland, Iran en soms zelfs de VS ons proberen te chanteren met hun energieleveranties. Je wil over een paar jaar niet opnieuw de klos zijn omdat je van één ander land afhankelijk bent, waarschuwt hij.

Van Geuns plaatst als kanttekening dat de invloed van EU-landen op projecten in het Midden-Oosten zeer beperkt is. Bovendien sluiten de oliebedrijven van die landen contracten af met Europese bedrijven, niet met overheden. Wat Europese overheden wel kunnen doen, is investeren in de eigen energie-infrastructuur en de energietransitie versnellen. Bij dat eerste doelt Van Geuns op het aanleggen van buffers om risico's te kunnen opvangen. Voor olie en olieproducten is dat in Europa georganiseerd via de strategische olievoorraad van de IEA, maar voor gas bestaat die strategische voorraad nog niet.

Daar wordt op dit moment wel aan gewerkt, zowel in Nederland als in Europees verband, zegt Van Geuns. Zodat we bij een volgende calamiteit, zoals een oorlog, of als de VS plots besluit geen gas meer te exporteren, voldoende noodvoorraad hebben. Dat kost geld, maar het is een verzekering die we moeten inbouwen. Maar het belangrijkste is natuurlijk het versnellen van de energietransitie, vervolgt Van Geuns. Hoe meer energie we zelf kunnen opwekken, hoe minder kwetsbaar we zijn voor geopolitieke spanningen.