De productchef van General Motors heeft het aanpak van Tesla om zelfrijdende auto's uitsluitend op camera's te baseren fel bekritiseerd. Volgens hem negeert het schrappen van radar de natuurkunde. Tesla staat al jaren bekend om die cameragerichte benadering, waarbij het bedrijf het menselijk zicht als voorbeeld neemt.
De kritiek van GM richt zich op de beperkingen van camera's. Camera's leveren beelden die door software moeten worden geïnterpreteerd, en ze presteren slechter bij slecht zicht, tegenlicht of duisternis. Radar meet daarentegen afstand en snelheid van objecten direct, ongeacht de lichtomstandigheden. Daarom ziet GM radar als een essentieel onderdeel van een betrouwbaar systeem voor autonoom rijden.
GM gebruikt in zijn eigen zelfrijdende ontwikkelingen een combinatie van sensoren, waarbij radar en lidar samen met camera's worden ingezet. De fabrikant stelt dat juist deze redundantie de veiligheid vergroot, omdat elk type sensor de zwakke punten van de andere kan opvangen. De discussie raakt daarmee aan een fundamentele keuze in de techniek van zelfrijdende auto's: met welke sensoren moet een voertuig de omgeving waarnemen?
Voor Nederlandse automobilisten is het verschil tussen deze benaderingen vooral relevant bij de vraag welke rijassistentiesystemen in toekomstige modellen zullen zitten en hoe betrouwbaar die presteren. Tesla heeft in het verleden radar uit zijn voertuigen verwijderd, terwijl concurrenten juist meer sensoren toevoegen. Wat dit betekent voor kosten, onderhoud en de daadwerkelijke veiligheid op de weg, blijft een punt van discussie tussen fabrikanten.