Wireva

NCTV waarschuwt dat Nederlandse overheden en bedrijven achterblijven in cyberverdediging

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) stelt dat Nederlandse organisaties te langzaam meebewegen met de online dreigingen. Het gat tussen dreiging en verdediging vormt volgens de NCTV een ernstig risico voor de nationale veiligheid.

Nederlandse overheden en bedrijven houden onvoldoende tempo met de toenemende online dreigingen. Dat stelt de NCTV, die het verschil tussen de digitale aanvallen en de verdediging daartegen omschrijft als een serieus risico voor de nationale veiligheid. Volgens de dienst kunnen de gevolgen variëren van massale spionage en datadiefstal tot sabotage en digitale storingen.

Als voorbeeld van de impact noemt de NCTV de cyberaanval op Ahold Delhaize van vorige maand. Die kostte het concern naar schatting tussen de 200 en 250 miljoen euro aan omzet. Bij Albert Heijn bleven de schappen leeg en lagen apps dagenlang plat. Eerder deze week werd een dochteronderneming van Delhaize opnieuw getroffen door een hack. Het gaat dus niet om een incident uit het verre verleden, maar om een reeks aanvallen die elkaar in korte tijd opvolgen.

Ook bij overheden wordt de gevolgen van digitale inbraken zichtbaar. In maart kregen Russische statelijke hackers toegang tot accounts van overheidsmedewerkers op WhatsApp en Signal. Het gaat hier om communicatiekanalen die door ambtenaren in hun dagelijkse werk worden gebruikt, waardoor het bereik van de inbraak verder reikt dan één systeem. In de gemeente Epe leidde een serveraanval ertoe dat de gegevens van bijna alle inwoners in handen van de aanvallers kwamen. Bij de hack op Odido werden gegevens gestolen van meer dan zes miljoen huidige en voormalige klanten. Voor die klanten betekent dat dat hun persoonlijke gegevens buiten de controle van het bedrijf zijn geraakt.

Volgens de NCTV wordt in sommige gevallen losgeld betaald, maar worden gestolen gegevens niet altijd verwijderd. Betalen biedt dus geen zekerheid dat de buit ook werkelijk verdwijnt. Bovendien hebben sommige organisaties nog steeds geen basale beveiligingsmaatregelen getroffen. Bekende kwetsbaarheden worden soms te laat gedicht, ondanks waarschuwingen die daarvoor vooraf zijn gegeven. Minister Van Weel roept organisaties op de nieuwste defensieve technologie in te zetten. Die oproep richt zich dus niet alleen op grote spelers, maar op alle partijen die met gevoelige gegevens werken.

De NCTV wijst ook op de rol van kunstmatige intelligentie. Die maakt het eenvoudiger om zwakke plekken in systemen te vinden en om grotere aanvallen op te zetten. Aanvallers gebruiken AI bovendien om kwaadaardige software te ontwikkelen en aan te passen, waardoor verdedigers steeds sneller moeten reageren. Russische, Chinese, Iraanse en Noord-Koreaanse actoren zijn actief, en er ontwikkelen zich steeds meer staten programma's op dit terrein. Het aantal spelers dat over offensieve digitale capaciteiten beschikt, neemt daarmee toe.

Chinese operaties tegen Nederland blijven volgens de dienst grotendeels onopgemerkt en onbestreden. De oorzaken liggen deels in een zwakke bestuurlijke sturing en een tekort aan geld en personeel. Daardoor ontbreekt het vaak aan de capaciteit om dreigingen tijdig te herkennen en tegen te gaan. Vooral kleinere organisaties hebben het zwaarst te verduren, omdat zij over minder middelen en specialistische kennis beschikken. De NCTV vreest dat de groeiende kloof het vertrouwen van het publiek in de digitale samenleving verder ondermijnt, met het risico van apathie als gevolg. Wie het vertrouwen verliest, zal minder snel geneigd zijn om digitale diensten te gebruiken of de risico's serieus te nemen.