Wireva

Bon Drawer: een lade die verandert in vijf draagbare dienbladen

De Japanse architect Keiji Ashizawa ontwierp in 2012 de Bon Drawer, een lichtgewicht stalen kast op wielen met vijf uitneembare eikenhouten dienbladen. Het prototype werd nooit in productie genomen, maar duikt nu opnieuw op als voorbeeld van doordachte, flexibele opbergmeubels.

Een kast die je niet hoeft te verslepen, maar waarvan je de laden gewoon meeneemt naar de zithoek, de eettafel of een gast. Dat is het idee achter de Bon Drawer van de Japanse architect en ontwerper Keiji Ashizawa. Het meubel bestaat uit een lichtgewicht stalen frame op twee wielen met daarin vijf gestapelde dienbladen met eikenhouten fineer. Trek een blad uit het frame en het is geen lade meer, maar een draagbaar object dat je overal in huis kunt neerzetten. Schuif je het terug, dan doet de kast weer gewoon zijn werk.

Ashizawa ontwierp de Bon Drawer al in 2012, maar het meubel kwam nooit verder dan het prototypestadium. Het werd gemaakt door het Japanse bedrijf Tanseisya en bleef daarna ruim een decennium lang onderbelicht, totdat het onlangs opnieuw onder de aandacht werd gebracht. De naam verwijst naar het Japanse woord voor dienblad, wat meteen de kern van het concept verduidelijkt. Het ontwerp is opvallend sober: geen verborgen mechanismen, geen soft-close-systemen, alleen een vlakke stalen rail met kleine aanslagen die voorkomen dat de bladen uitschieten wanneer de kast op zijn wielen wordt gekanteld om te verplaatsen. Het frame kan bovendien uit elkaar worden gehaald voor platte opslag.

Ashizawa kwam niet toevallig bij dit ontwerp terecht. Hij is opgeleid als architect, maar werkte in het begin van zijn carrière in een metaalwerkplaats die meubels en verlichting maakte. Die achtergrond is terug te zien in de spaarzame manier waarop het staal wordt gebruikt. Het resultaat is een meubel dat aanvoelt als een stuk woonaccessoire dat toevallig praktisch is, eerder dan een opbergsysteem dat er toevallig mooi uitziet. Daarmee onderscheidt het zich van de modulaire plastic bakken en stapelbare kubussen die de Amerikaanse markt de afgelopen jaren heeft omarmd: functioneel, maar zelden iets dat je zichtbaar in de woonkamer wilt hebben.

Dat de Bon Drawer nooit in productie ging, zegt volgens ontwerpexperts vooral iets over hoe fabricagebeslissingen tot stand komen. Slimme, bruikbare ontwerpen blijven vaak in een portfolio liggen omdat er op het juiste moment geen partij was die het idee oppikte, terwijl jaarlijks talloze vergetelijke meubels wél de fabriek verlaten. De hernieuwde aandacht voor het ontwerp past in een bredere trend waarin Japanse vormgeving steeds meer weerklank vindt in het Westen, van de uitbreiding van Muji tot minimalistische keukenspullen in designgevoelige appartementen. Het gaat daarbij niet alleen om esthetiek, maar om terughoudendheid als ontwerpprincipe: een goed idee heeft geen extra materiaal nodig om af te zijn.

De Bon Drawer is nooit verkocht, maar blijft daardoor een treffend voorbeeld van hoe flexibele opbergmeubels eruit kunnen zien. Het ontwerp herinnert eraan dat meubilair zich mag aanpassen aan de manier waarop mensen werkelijk leven, in plaats van andersom. Wie ooit een zware kast een smalle trap heeft opgesleept, begrijpt de aantrekkingskracht van een meubel dat licht genoeg is om te verplaatsen en waarvan de onderdelen los te gebruiken zijn. Het wachten is nu op een fabrikant die het veertien jaar oude idee alsnog oppikt.

Same event, other desks

Story file →