In verschillende woontorens wonen honderden studenten in kleine, betaalbare studio's. Hoewel deze woningen populair zijn vanwege de lage huur, blijkt het contact tussen bewoners vaak minimaal. Studenten geven aan dat er zelden een gesprek ontstaat, zelfs niet met huisgenoten. «Niemand zegt iets», zo beschrijft een van hen de dagelijkse realiteit.
De eenzaamheid onder jongeren neemt toe, en de geïsoleerde woonomstandigheden lijken daar een rol bij te spelen. Waar studenten vroeger in gedeelde huizen of studentenflats woonden, kiezen velen nu voor een eigen studio. Dat biedt privacy en is vaak goedkoper, maar gaat ten koste van sociale interactie. Het ontbreken van gedeelde ruimtes of informele ontmoetingsplekken versterkt dat effect.
Verhuurders, onderwijsinstellingen en studenten zelf ondernemen actie om het tij te keren. Zo worden er in sommige complexen gemeenschappelijke ruimtes ingericht of activiteiten georganiseerd. Ook zijn er initiatieven waarbij studenten worden gekoppeld aan buddies of mentoren. Toch blijft de vraag of deze maatregelen voldoende zijn. Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat het lastig is om een structurele verandering teweeg te brengen.
De oorzaken van de eenzaamheid zijn divers. Naast de fysieke woonomgeving speelt ook de toenemende prestatiedruk een rol. Studenten hebben het druk met studie, bijbaan en sociale media, waardoor er minder tijd overblijft voor echt contact. Bovendien verhuizen veel studenten naar een nieuwe stad, waar ze niemand kennen. De drempel om contact te leggen is dan hoog.
Deskundigen wijzen erop dat eenzaamheid niet alleen een persoonlijk probleem is, maar ook gevolgen heeft voor de gezondheid en studieprestaties. Het gevoel er alleen voor te staan kan leiden tot stress, depressie en uitval. Hogescholen en universiteiten proberen daarom studenten beter te ondersteunen, bijvoorbeeld via studieadviseurs en studentenpsychologen. Maar de kern van het probleem lijkt te liggen in de manier waarop studentenhuisvesting is georganiseerd.
De roep om meer gemeenschappelijke voorzieningen wordt steeds luider. Architecten en stedenbouwkundigen pleiten voor woongebouwen die ontmoeting stimuleren, met gedeelde keukens, lounges en binnenhoven. Ook verhuurders zouden een rol kunnen spelen door bijvoorbeeld huurders te stimuleren deel te nemen aan buurtactiviteiten. Of dat gebeurt, hangt af van de bereidheid om te investeren in sociale cohesie.
Voorlopig blijven veel studenten aangewezen op hun eigen netwerk. Wie geluk heeft, vindt aansluiting via studiegenoten of een studentenvereniging. Maar voor wie dat niet lukt, blijft de studio een plek waar de stilte overheerst. De vraag is of de inspanningen van verhuurders, onderwijs en studenten op termijn voldoende zijn om het tij te keren.