Wireva

Amerikaanse kiezers keren zich tegen datacenters, techbedrijven krijgen tegenwind

Bij de verkiezingen in Texas, Ohio en Georgia wonnen Democraten die bouwstops voor datacenters willen. Die staten herbergen veel geplande AI-datacenters, wat techbedrijven en beursgenoteerde namen als Anthropic en OpenAI raakt.

Bij de Amerikaanse verkiezingen van dinsdag hebben kiezers in Texas, Ohio en Georgia zich uitgesproken tegen de snelle uitbreiding van datacenters. Democratische kandidaten die de bouw van nieuwe datacenters willen pauzeren, wonnen in die staten. Dat is pijnlijk voor de techsector, omdat juist in deze staten veel van de geplande datacenters voor kunstmatige intelligentie (AI) moeten verrijzen. Na de stemming daalden techaandelen op de beurs.

Techbedrijven hebben de afgelopen tijd enorme bedragen geïnvesteerd om de bouw van datacenters te versnellen. In de Verenigde Staten groeit echter de kritiek op die datacenters, vooral vanwege het stroomverbruik en het waterverbruik. Volgens de notities van dit verhaal vindt een meerderheid van de Amerikanen dat een datacenter in hun omgeving niet welkom is. Ook binnen de Republikeinse partij neemt het verzet toe. Bij referenda in verschillende staten stemde een ruime meerderheid voor het stilleggen van de bouw. Die uitslagen laten zien dat het onderwerp niet alleen in de campagnes van de Democraten leeft, maar ook bij gewone kiezers van uiteenlopende politieke signatuur.

Economen en analisten kijken nu vooral naar wat de uitslag concreet betekent. ABN AMRO-econoom Quaedvlieg verwacht dat projecten die vóór 2027 gepland staan, waarschijnlijk niet worden geraakt. Vanaf 2028 wordt wel een strengere vergunningprocedure voor nieuwe projecten verwacht. De nieuwe bestuurders die in januari aantreden, zullen daarbij een belangrijke rol spelen. Anthropic en OpenAI worden genoemd als bedrijven die waarschijnlijk met de gevolgen te maken krijgen. Het gaat dus niet om een abrupt einde van alle bouwplannen, maar om een verschuiving in de tijd: projecten die nu nog in de pijplijn zitten, krijgen te maken met een zwaardere toetsing dan voorheen.

Rabobank-analist Marey denkt niet dat bedrijven het bouwen helemaal zullen staken. Wel is het mogelijk dat ze gaan lobbyen voor besluitvorming op federaal niveau in plaats van per staat. Dat zou betekenen dat bedrijven hun invloed verleggen van de staatshuizen naar Washington, waar ze wellicht gunstiger uitkomen dan in individuele staten met een kritische bevolking. Daarnaast kunnen bedrijven uitwijken naar staten die gunstiger staan tegenover AI, of naar het buitenland. Het Midden-Oosten wordt daarbij genoemd als aantrekkelijk vanwege energie en minder strikte regels. Elon Musk stelde na de verkiezingen zelfs datacenters in de ruimte voor, een idee dat de discussie over energie en locatie op een andere manier raakt.

Politiek gezien zijn beide partijen het volgens de notities eens dat de Verenigde Staten hun voorsprong op China in de technologische wedstrijd moeten behouden. Dat maakt een compromis denkbaar, al lijkt er ook bereidheid bij de Democraten om te onderhandelen. Volgens een analist is uit de AI-race stappen geen realistische optie. Voor techbedrijven betekent de stemming in elk geval dat de groei van datacenters in de VS politiek omstreden is geworden, en dat de locatiekeuze en de vergunningen voortaan zwaarder wegen dan voorheen.