De oppositie in de Eerste Kamer kan begrotingen van het kabinet verwerpen, maar dat is geen directe bedreiging voor de regering. Een verwerping van een begrotingshoofdstuk heeft vooral symbolische waarde en leidt niet automatisch tot een kabinetscrisis. Het kabinet kan namelijk doorregeren, ook als de senaat een begroting afkeurt.
De coalitie heeft geen meerderheid in de Eerste Kamer. Dat betekent dat de oppositie in theorie begrotingen kan blokkeren. Toch is dat geen ramp voor het kabinet, omdat een verwerping geen directe politieke consequentie heeft. De regering kan haar beleid voortzetten, ook als de senaat een begrotingshoofdstuk verwerpt. Het kabinet is alleen verplicht om de uitgaven te doen die in de begroting zijn opgenomen, maar een verwerping dwingt niet tot aftreden.
De Eerste Kamer heeft het recht om begrotingen te verwerpen, maar dat gebeurt zelden. In de Nederlandse parlementaire geschiedenis is het slechts enkele keren voorgekomen dat de senaat een begroting afwees. Meestal gaat het om een politiek signaal, niet om een echte blokkade. Een verwerping kan wel leiden tot een debat over het beleid van het kabinet, maar het kabinet kan daarna gewoon verder.
Het kabinet heeft de afgelopen tijd al te maken gehad met kritiek vanuit de oppositie op verschillende beleidsterreinen. Toch is er geen directe aanleiding om te verwachten dat de oppositie daadwerkelijk begrotingen zal verwerpen. De oppositiepartijen hebben vooral belang bij het uiten van hun onvrede, maar ze weten ook dat een verwerping weinig effect heeft. Het kabinet kan bovendien rekenen op steun van sommige oppositiepartijen bij specifieke onderwerpen, zoals stikstof of migratie.
De verhoudingen in de Eerste Kamer zijn de afgelopen jaren veranderd. De coalitie heeft geen meerderheid, maar dat is niet nieuw. Ook in eerdere kabinetsperiodes moest de regering rekenen op steun van oppositiepartijen in de senaat. Dat maakt het politieke spel complexer, maar het kabinet heeft tot nu toe steeds een meerderheid weten te vinden voor zijn belangrijkste plannen.
Een verwerping van een begroting zou vooral een politiek signaal zijn aan het kabinet. Het zou betekenen dat de oppositie het beleid van de regering op dat punt niet steunt. Maar het kabinet kan daarop reageren door het beleid aan te passen of door het gesprek aan te gaan met de oppositie. In de praktijk leidt een verwerping zelden tot een echte crisis.
Het kabinet heeft ook andere mogelijkheden om begrotingen toch goedgekeurd te krijgen. Zo kan het afspraken maken met oppositiepartijen over specifieke onderwerpen. Die constructieve opstelling kan ertoe leiden dat een begroting alsnog wordt aangenomen. De afgelopen jaren is dat meerdere keren gebeurd, bijvoorbeeld bij de begroting van Buitenlandse Zaken of Defensie.
De oppositie heeft dus wel de macht om begrotingen te verwerpen, maar die macht is beperkt. Het kabinet kan doorregeren, ook als de senaat een begroting afkeurt. Dat betekent dat de politieke consequenties van een verwerping vooral symbolisch zijn. Het kabinet zal dan ook niet snel in de problemen komen door een verwerping van een begroting.