Wireva

Nieuw Strafwetboek vervangt vanaf morgen wet uit 1867, diefstal van partner of familie wordt strafbaar

Vanaf morgen geldt in België een nieuw Strafwetboek. Het oude wetboek uit 1867 verdwijnt stapsgewijs. Nieuwe misdrijven zoals ecocide komen erbij, straffen worden heringedeeld en rechters moeten minder snel gevangenisstraffen uitspreken. Ook diefstal van geld of goederen van partner, ouders of kinderen kan voortaan voor de strafrechter komen.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Het Belgische Strafwetboek uit 1867 verdwijnt vanaf morgen beetje bij beetje in de prullenmand. Het land krijgt een compleet nieuw strafrecht, met een andere indeling van misdrijven en straffen. Zo komen er nieuwe misdrijven bij, waaronder ecocide, het toebrengen van ernstige schade aan de natuur, en het aanzetten tot zelfdoding. Tegelijk verdwijnen enkele ronduit antieke strafbepalingen.

Een opvallende wijziging betreft diefstal binnen de familie- of partnerrelatie. Wie geld of goederen steelt van zijn echtgenoot, ouders of kinderen, kan voortaan voor de strafrechter eindigen. Onder het oude recht werd dergelijke diefstal vaak anders behandeld. De wetgever wil hiermee duidelijk maken dat ook vermogensdelicten binnen de huiselijke sfeer ernstig worden genomen.

De hervorming grijpt ook diep in op de strafmaat. De rechter wordt geacht minder snel iemand naar de gevangenis te sturen. Voor lichte slagen of beledigingen volgt geen celstraf meer. Daar tegenover staat dat verkeersdoodslag zwaarder wordt bestraft: wie iemand doodrijdt, kan tot tien jaar gevangenisstraf krijgen. Die nieuwe strafmaat moet een duidelijk signaal geven aan weggebruikers die zich schuldig maken aan dodelijke ongevallen.

De indeling van misdrijven en straffen wordt volledig herzien. Het nieuwe wetboek maakt een duidelijk onderscheid tussen verschillende categorieën van inbreuken, met elk hun eigen strafprocedures en rechtsgevolgen. Die nieuwe structuur moet het strafrecht overzichtelijker maken voor zowel magistraten, advocaten als burgers. Tegelijk wil de wetgever met de hervorming het strafrecht moderniseren en aanpassen aan de huidige maatschappelijke opvattingen.

De hervorming is het resultaat van jarenlang voorbereidend werk. Het oude wetboek dateerde nog uit 1867 en was doorheen de decennia herhaaldelijk aangepast, maar bleef in essentie een negentiende-eeuws document. Critici stelden al langer dat de tekst niet meer beantwoordde aan de noden van de eenentwintigste eeuw. Met het nieuwe wetboek wil de regering een coherent en hedendaags strafrechtelijk kader scheppen.

De invoering verloopt gefaseerd. Het wetboek wordt niet in één keer volledig in werking gesteld, maar stapsgewijs uitgerold. Die aanpak moet de rechtbanken en parketten de tijd geven om zich aan te passen aan de nieuwe regels. Ook de opleiding van magistraten en gerechtelijk personeel wordt aangepast aan de nieuwe wetgeving.

Voor burgers betekent de nieuwe wetgeving dat bepaalde gedragingen die vroeger niet of nauwelijks werden vervolgd, nu wel voor de rechter kunnen komen. Diefstal van familieleden is daar een duidelijk voorbeeld van. Tegelijk moeten daders van lichte feiten minder snel vrezen voor een gevangenisstraf. De wetgever kiest daarmee voor een meer proportionele aanpak van strafbare feiten.