De Brusselse bevolking is voor het eerst in dertig jaar niet gegroeid. Dat blijkt uit nieuwe cijfers over de demografische evolutie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De stagnatie is het resultaat van twee elkaar versterkende bewegingen: een daling van het aantal instromers uit het buitenland en een hoog aantal inwoners dat naar Vlaanderen en Wallonië verhuist.
Jarenlang was Brussel een van de snelst groeiende regio's van het land. De hoofdstad trok systematisch nieuwe inwoners aan, zowel uit het buitenland als uit de andere gewesten. Die trend is nu doorbroken. Voor het eerst sinds decennia blijft het inwonersaantal stabiel in plaats van te stijgen.
De daling van de buitenlandse instroom is een opvallende kentering. Brussel fungeerde traditioneel als aantrekkingspool voor migranten uit de Europese Unie en daarbuiten, onder meer door de aanwezigheid van de Europese instellingen en de internationale arbeidsmarkt. Dat de instroom nu afneemt, wijst op een veranderde dynamiek.
Tegelijkertijd verlaten meer Brusselaars dan voorheen het gewest richting Vlaanderen en Wallonië. Die uitstroom is niet nieuw, maar het volume ligt hoog genoeg om de eerdere groei volledig teniet te doen. De combinatie van minder inkomende en meer uitgaande verplaatsingen zorgt voor een netto nulbeweging.
De gevolgen van deze demografische omslag zijn nog niet volledig duidelijk. Een stagnerende bevolking beïnvloedt onder meer de vraag naar huisvesting, de druk op de arbeidsmarkt en de financiering van publieke voorzieningen. Ook voor het beleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dit een belangrijk signaal.
Of de stagnatie tijdelijk is of een langdurige trend wordt, zal moeten blijken uit toekomstige cijfers. Wat vaststaat, is dat Brussel na dertig jaar onafgebroken groei een nieuw demografisch hoofdstuk ingaat.