De jury heeft Chris Vanhaverbeke (48) uit het West-Vlaamse Waardamme bij Oostkamp veroordeeld tot levenslange opsluiting voor de moord op zijn dochters Maud (8) en Ona (5) en voor de moordpoging op zijn ex-partner Astrid. Bovenop de levenslange gevangenisstraf komt nog eens vijf jaar terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank. Daarmee is de strafmaat voor de aardappelboer definitief vastgelegd.
De uitspraak betekent dat Vanhaverbeke voor de rest van zijn leven in de gevangenis zit, met de mogelijkheid dat de strafuitvoeringsrechtbank op termijn voorwaarden oplegt voor een eventuele invrijheidstelling. De vijf jaar terbeschikkingstelling geeft die rechtbank de bevoegdheid om na de initiële straf bijkomende maatregelen op te leggen, zoals elektronisch toezicht of begeleiding. De precieze invulling daarvan hangt af van zijn gedrag en evolutie tijdens de detentie.
Advocaat Filip De Reuse, die niet in deze zaak pleitte maar wel ervaring heeft met assisenzaken in West-Vlaanderen, schetst hoe de eerstvolgende dagen voor een veroordeelde verlopen. «Meestal probeer je als advocaat je cliënt — als al het stof eindelijk is gaan liggen — eens te bezoeken, om dan zowel achteruit als vooruit te kijken», zegt hij. Dat betekent concreet dat de verdediging na de uitspraak contact opneemt met de cliënt om de gevolgen van het vonnis te bespreken en de volgende stappen te bekijken.
Voor Vanhaverbeke begint nu de fase van detentie. Hij wordt overgebracht naar een gevangenis, waar een opnamegesprek en een medische en psychologische screening volgen. Op basis daarvan bepaalt de gevangenisautoriteit in welke afdeling hij terechtkomt en welke begeleiding hij krijgt. Bij een levenslange straf met terbeschikkingstelling wordt ook een strafuitvoeringsdossier aangelegd dat de basis vormt voor latere beslissingen over zijn detentie.
De zaak draait om de moord op twee jonge kinderen en de moordpoging op hun moeder. Maud was acht jaar, Ona vijf. De feiten vonden plaats in de relationele sfeer en leidden tot een assisenproces dat de nodige aandacht kreeg in West-Vlaanderen. De jury oordeelde dat Vanhaverbeke verantwoordelijk is voor beide moorden en voor de poging om zijn ex-partner te doden. De straf weerspiegelt de ernst die de jury aan de feiten toekende.
De levenslange opsluiting is de zwaarste straf die het Belgische strafrecht kent. In de praktijk betekent dit dat de veroordeelde in principe tot het einde van zijn leven in detentie blijft, maar de strafuitvoeringsrechtbank kan na verloop van tijd voorwaarden opleggen voor een voorwaardelijke invrijheidstelling. Die beslissing komt er niet automatisch: ze volgt uit een uitgebreid onderzoek naar het gedrag, de risico's en de mogelijke reclassering van de veroordeelde.
De komende dagen zal ook blijken of de verdediging nog rechtsmiddelen aanwendt. Een veroordeling door een assisenjury kan in principe worden aangevochten bij het Hof van Cassatie, maar dat gebeurt enkel op procedurele gronden en niet over de feiten zelf. De advocaat van Vanhaverbeke zal samen met zijn cliënt bekijken of daartoe gronden zijn. Voor de nabestaanden van Maud en Ona en voor Astrid betekent de uitspraak het einde van een zware juridische periode, al blijft de impact van de feiten uiteraard aanwezig.
Wat de precieze detentieomstandigheden betreft, is het wachten op de beslissingen van de gevangenisautoriteiten. De eerste dagen na een veroordeling staan doorgaans in het teken van administratieve opname, het opstellen van een detentieplan en het eerste contact met de psychosociale dienst. Voor Vanhaverbeke begint daarmee een nieuwe fase, waarin de strafuitvoeringsrechtbank op langere termijn een centrale rol speelt. De tikker, zoals zijn advocaat het omschrijft, is vanaf nu beginnen te lopen.