De Tweede Kamer kon tijdens de coronapandemie haar controlerende taak onvoldoende uitvoeren. Dat hebben voormalig PVV-Kamerlid Fleur Agema en GroenLinks-Kamerlid Lisa Westerveld verklaard in hun verhoren door de parlementaire coronacommissie. Beiden zeiden dat maatregelen vaak al werden aangekondigd of uitlekten voordat de Kamer erover kon debatteren.
Agema stelde dat het debat over corona er op dat moment eigenlijk niet meer toe deed. Volgens haar was de besluitvorming in de praktijk al gebeurd voordat de volksvertegenwoordiging eraan te pas kwam. Westerveld schetste een vergelijkbaar beeld: zij zat zelf met een kladblokje voor de televisie om te horen wat er stond te gebeuren, in plaats van dat de Kamer tijdig en formeel werd geïnformeerd.
De twee oud-Kamerleden getuigden voor de commissie die het coronabeleid van het kabinet onderzoekt. Hun verklaringen onderstrepen de kritiek dat het kabinet bij het nemen van coronamaatregelen te vaak het parlement omzeilde. Maatregelen werden alvast ingevoerd voordat zowel de Tweede als de Eerste Kamer zich erover had kunnen uitspreken, zo bleek uit hun getuigenissen.
De parlementaire coronacommissie verzamelt getuigenissen van betrokkenen om te reconstructeren hoe de besluitvorming tijdens de pandemie verliep. De verklaringen van Agema en Westerveld passen in een breder beeld dat de Kamer geregeld voor voldongen feiten werd geplaatst. Beide Kamerleden wezen erop dat de informatievoorziening vanuit het kabinet tekortschoot, waardoor debatten hun waarde verloren.
De commissie zal de komende tijd meer betrokkenen horen. De uitkomsten moeten leiden tot een oordeel over de wijze waarop het kabinet en het parlement tijdens de crisis hebben gefunctioneerd. De verklaringen van Agema en Westerveld vormen daarbij een belangrijke bouwsteen, omdat zij als Kamerleden direct betrokken waren bij de coronadebatten en de controle op het kabinetsbeleid.