Ondanks aanhoudende kamertekorten en hoge prijzen blijven studenten een woning vinden in universiteitssteden. Het aantal jongeren dat uit huis ging om in zo'n stad te gaan wonen, is afgelopen jaar ongeveer gelijk gebleven aan het jaar ervoor. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die woensdag zijn gepubliceerd.
De cijfers tonen dat tienduizenden studenten opnieuw de stap naar een eigen kamer of studio hebben gezet. De druk op de studentenhuisvesting blijft daarmee onverminderd hoog, maar het aantal verhuizingen stabiliseert. Het CBS spreekt van een vrijwel ongewijzigd beeld ten opzichte van een jaar eerder, ondanks de aanhoudende discussie over het tekort aan betaalbare kamers in studentensteden.
Uit de CBS-data komt ook naar voren welke universiteitssteden het populairst zijn onder uitwonende studenten. De grote studentensteden met een universiteit blijven de meeste jongeren trekken. Het gaat daarbij vooral om steden waar zowel een universiteit als een groot aanbod van hogescholen is, waardoor de vraag naar woonruimte structureel hoog blijft.
De cijfers komen op een moment dat de woningmarkt voor studenten al jaren onder druk staat. In diverse steden melden woningcorporaties en studentenhuisvesters dat de wachtlijsten voor kamers lang zijn en dat de prijzen voor vrije sectorhuur sterk zijn gestegen. Toch blijkt uit de nieuwe statistieken dat het aantal studenten dat daadwerkelijk de overstap naar een eigen woning maakt, niet is afgenomen.
Het CBS baseert de cijfers op registraties van verhuizingen onder jongeren in de leeftijd van studerenden. De uitkomst geeft een beeld van de mobiliteit van studenten richting de steden waar zij hun opleiding volgen. De stabilisatie betekent niet dat het woningtekort is opgelost, maar wel dat de instroom van uitwonende studenten niet verder is gestegen.
Voor gemeenten en onderwijsinstellingen zijn de cijfers relevant bij het plannen van nieuwe studentenhuisvesting. De vraag blijft groot, en de verwachting is dat de druk op de kamermarkt voorlopig aanhoudt zolang het aantal studenten niet daalt en de bouw van nieuwe studentenwoningen achterblijft bij de behoefte.