Steeds meer middelbare scholen in Vlaanderen organiseren afstandsonderwijs om de geschrapte pedagogische studiedagen op te vangen. Dat blijkt uit een rondvraag bij tien middelbare scholen. Ruim de helft van hen kiest ervoor om minstens één lesdag op afstand te laten doorgaan, zodat leerkrachten zich toch kunnen bijscholen zonder dat de leerlingen een volledige dag les verliezen.
De maatregel volgt op de beslissing van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir om pedagogische studiedagen niet langer toe te staan tijdens de lesperiode. Scholen zoeken daarom naar creatieve oplossingen om de professionele ontwikkeling van hun leraren te blijven garanderen. Afstandsonderwijs biedt daarbij een uitweg: leerlingen werken een dag thuis, terwijl leerkrachten op school of op een andere locatie bijscholing volgen.
« Leerkrachten bijscholen na de lesdag? Dan stopt het nooit », klinkt het bij een van de bevraagde scholen. De uitspraak illustreert de zoektocht naar een evenwicht tussen de wettelijke verplichtingen en de nood aan permanente vorming. Door de studiedagen te schrappen, verdwijnt immers een vast moment waarop leerkrachten samen kunnen werken aan hun vaardigheden en kennis.
De scholen die voor afstandsonderwijs kiezen, benadrukken dat het geen verloren dag is voor de leerlingen. Zij krijgen taken en opdrachten mee die ze zelfstandig kunnen verwerken. Tegelijk blijft de lesopdracht van de leerkrachten behouden, maar verschuift de organisatie. Voor sommige scholen betekent dit een ingrijpende aanpassing van de jaarplanning en de manier waarop bijscholing wordt georganiseerd.
Niet alle scholen lossen het op dezelfde manier op. Een deel van de bevraagde instellingen kiest ervoor om de bijscholing buiten de reguliere lesuren te organiseren, bijvoorbeeld 's avonds of op woensdagnamiddag. Dat stuit echter op grenzen: leerkrachten hebben al een volle lesopdracht en extra avonduren zorgen voor bijkomende werkdruk. « Dan stopt het voor hen nooit », klinkt het in dat verband.
De discussie raakt aan een bredere spanning in het Vlaamse onderwijs. Enerzijds is er de vraag naar meer effectieve lestijd en minder onderbrekingen tijdens het schooljaar. Anderzijds is er de nood aan permanente vorming, die essentieel is om de kwaliteit van het onderwijs op peil te houden. De geschrapte pedagogische studiedagen dwingen scholen om die twee doelstellingen met elkaar te verzoenen, vaak met beperkte middelen en binnen een krap tijdsbestek.
Of de creatieve oplossingen op lange termijn houdbaar zijn, is nog niet duidelijk. Afstandsonderwijs vraagt een goede digitale infrastructuur en een doordachte didactische aanpak. Voor sommige leerlingen werkt een dag thuis studeren goed, voor anderen betekent het een extra drempel. Scholen zullen de komende maanden evalueren of de aanpak voldoet of dat er bijsturing nodig is.
De rondvraag bij tien middelbare scholen geeft een eerste indicatie van hoe het veld reageert op het nieuwe beleid. Ruim de helft kiest voor minstens één lesdag op afstand. Dat cijfer toont aan dat scholen niet bij de pakken blijven zitten, maar actief op zoek gaan naar manieren om de kwaliteit van het onderwijs en de professionalisering van leerkrachten overeind te houden binnen de nieuwe regels.