Provincies krijgen meer ruimte om het stikstofbeleid rond gevoelige natuurgebieden in te vullen. Dat staat in de uitgewerkte stikstofplannen die het kabinet heeft gepresenteerd. Het kabinet wil bovendien haast maken met de verhoging van de zogenoemde rekenkundige ondergrens, zodat het in de praktijk makkelijker wordt om te bouwen.
Voor de zomer had het kabinet de stikstofplannen op hoofdlijnen al bekendgemaakt. Het stikstofpakket moet ervoor zorgen dat de uitstoot in 2035 drastisch is verlaagd ten opzichte van 2019. In de stikstofwet staat dat provincies tot september 2028 de tijd krijgen om met plannen te komen voor zones rond natuurgebieden. Daardoor kunnen de zones met beperkingen kleiner worden, terwijl het beleid binnen die zones wel strenger wordt.
Eerder koerste het kabinet op een zone van 500 meter rond stikstofgevoelige natuur. Rond vijftien gebieden zou die zone zelfs 1000 meter breed worden. Minister van Landbouw Van Essen overlegde de afgelopen tijd hierover met boerenorganisatie LTO en NJAK, die de jonge boeren vertegenwoordigt. Binnen enkele maanden moet duidelijk worden rond welke natuurgebieden zones komen. Boerenbedrijven op die plekken moeten zich aan striktere regels over stikstofuitstoot houden dan collega's daarbuiten. Als provincies er niet uitkomen, gelden in de zones strenge landelijke regels.
Om boeren in de zones te ondersteunen heeft het kabinet 9 miljard euro uitgetrokken. Ook de rekenkundige ondergrens gaat omhoog. Die ligt nu op 0,005 mol, wat in de praktijk betekent dat overal een natuurvergunning moet worden aangevraagd, ook voor heel kleine bouwprojecten. Met een hogere ondergrens wordt bouwen dus eenvoudiger. Die verhoging is wel afhankelijk van het vaststaan van de voorgestelde stikstofdoelen en -maatregelen. De vrees is dat de verhoging anders juridisch niet houdbaar is.
Met de stikstofwet wordt een groot deel van de plannen ingevuld. "In juni kozen we de richting. Vandaag leggen we de route vast", zegt minister Van Essen. Later volgt nog meer invulling van specifieke maatregelen. De wet legt het streven vast van 42 tot 46 procent minder uitstoot in de landbouw en 50 procent in de mobiliteit en de industrie. Daarmee komt er ruimte voor grote bouwprojecten die nu vaak geen stikstofvergunning kunnen krijgen. De doelen gelden voor 2035, en in 2028 volgt het eerste meetmoment. "Als we dan niet op koers liggen, grijpen we in", aldus het kabinet.
Als reserve had het kabinet een generieke korting bedacht, een landelijke krimp van de veestapel waarbij alle bedrijven zouden moeten inkrimpen. Op die maatregel kwam kritiek, onder meer van het Planbureau voor de Leefomgeving, omdat ook boerenbedrijven die al grote stappen hebben gezet hierdoor zouden worden geraakt. Het kabinet zegt nu toe dat ook hier maatwerk mogelijk wordt.
Oppositiepartij Pro steunde tot nu toe de stikstofplannen van het minderheidskabinet, waardoor een meerderheid in beide Kamers in zicht is. De partij waarschuwde wel dat de plannen niet mogen worden afgezwakt. Of de uitwerking voor Pro voldoende is, is niet bekend. Van Essen stelt dat de plannen van vandaag "geen afzwakkingen" zijn. Hij hoopt dat LTO en NJAK ermee kunnen leven. Hij verwacht niet dat ze "de polonaise lopen", maar volgens hem kunnen ze wel zien "dat praten loont".