Zes Europese regeringsleiders dringen er bij de Europese Unie op aan de volgende zevenjarenbegroting met honderden miljarden euro's te verlagen. De premiers van Nederland, Duitsland, Zweden, Denemarken, Oostenrijk en Finland hebben dat standpunt vastgelegd in een brief aan het Ierse EU-voorzitterschap, dat een nieuw voorstel voor de begroting moet opstellen. De brief is in handen van de NOS.
De zes landen vinden dat de Europese uitgaven grondig moeten worden hervormd en dat er duidelijke keuzes nodig zijn. Ze willen meer investeren in veiligheid, defensie, economische concurrentiekracht, innovatie en de bestrijding van illegale migratie, als onderdeel van een sterk en onafhankelijk Europa. Tegelijk vinden ze dat er in de begroting voor de periode 2028-2034 minder geld moet naar boeren en armere regio's. Die twee posten vormen traditioneel ongeveer twee derde van het EU-budget.
De zes zijn het niet eens met het voorstel van de Europese Commissie, dat de begroting met 60 procent zou laten stijgen tot 2 biljoen euro. Ze noemen dat voorstel «niet realistisch», zowel politiek als economisch. Ze wijzen erop dat een hoger EU-budget niet in lijn is met de bezuinigingen die in een aantal lidstaten nodig zijn. Daarom willen ze dat de begroting met «enkele honderden miljarden euro's» wordt verlaagd. De huidige begroting, die tot en met 2027 loopt, bedraagt 1,2 biljoen euro.
Premier Jetten liet in juni al weten dat Nederland de voorgestelde begroting veel te hoog vindt. Hij noemde het onderhandelingsvoorstel «niet goed genoeg». De brief onderstreept de verdeeldheid binnen de EU over de uitgaven. Een meerderheid van zeventien landen, waaronder Spanje en Italië, houdt vast aan steun voor landbouw en armere regio's en wil daar zelfs meer geld naartoe. Daarom vinden zij dat het totale budget juist moet stijgen, tot boven de 2 biljoen euro.
EU-correspondent Chris Ostendorf duidt de verhoudingen: «De zuinige zes, zoals de landen zichzelf graag noemen, voeren de druk op nu het eindspel in de onderhandelingen dichterbij komt. In de brief benadrukken ze dat ze willen inzetten op modernisering. Achter de schermen hoor je iets anders, namelijk dat de rijke landen vooral een korting willen op hun bijdrage.» Omdat zeventien andere landen vasthouden aan geld voor landbouw en arme regio's, is de kans volgens hem het grootst dat er uiteindelijk aanzienlijk wordt gesnoeid in het voorstel van de Europese Commissie. Dan blijft er waarschijnlijk weinig of geen ruimte over voor modernisering. Politiek kan Nederland dat als winst presenteren, maar bij het bedrijfsleven en onder wetenschappers klinkt kritiek op deze strategie. Het zou een gemiste kans zijn, omdat de modernisering van de begroting sneuvelt doordat de focus vooral ligt op minder geld uitgeven.
Het Ierse voorzitterschap zal een nieuw begrotingsvoorstel indienen als basis voor de onderhandelingen. Daarin moet volgens de briefschrijvers een bedrag staan dat op een realistische manier kan worden gefinancierd en waarbij niet nog meer wordt geleend. In juni spraken de EU-leiders af om nog dit jaar tot een akkoord te komen voor de periode 2028-2034, omdat de onderhandelingen ingewikkelder kunnen worden na de verkiezingen in Frankrijk, Italië, Spanje en Polen. Alle 27 lidstaten moeten met de begroting instemmen.
Volgens de Financial Times dreigen de zes landen de komende begroting niet te steunen. «Als de begroting niet met honderden miljarden wordt verminderd, komt er dit jaar geen akkoord», zegt een diplomaat uit een van deze landen tegen de krant. Dat dreigement staat niet met zoveel woorden in de brief.