Wireva

Vier op de tien Nederlandse 15-jarigen halen basisniveau lezen niet

PISA 2025 laat zien dat 39 procent van de Nederlandse 15-jarigen onder het basisniveau voor lezen blijft. De daling past in een negatieve trend die al jaren aanhoudt.

Netherlands joins deepening PISA reading slide with 39% below baseline

Rob Bogaerts / Anefo, Nationaal Archief · Public domain · rights

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Bijna vier op de tien Nederlandse 15-jarigen halen in PISA 2025 het basisniveau voor lezen niet. Van de geteste leerlingen bereikt 61 procent niveau 2 of hoger, tegenover gemiddeld 69 procent in de OESO-landen. Daarmee blijft 39 procent onder de grens die PISA gebruikt voor de minimale leesvaardigheid die jongeren nodig hebben om informatie uit alledaagse teksten te halen en ermee te werken.

Het resultaat is geen losse uitschieter. De Nederlandse leesscore is opnieuw lager dan in 2022. Ook in wiskunde en natuurwetenschappen behoren de resultaten volgens de OESO tot de laagste die Nederland in PISA heeft laten zien. Vergeleken met 2018 liggen de prestaties in alle drie de domeinen significant lager, en sinds 2015 is de lijn duidelijk neerwaarts.

Niveau 2 is in PISA een praktische ondergrens. Leerlingen die dat niveau halen, kunnen bijvoorbeeld de hoofdgedachte in een tekst van gemiddelde lengte herkennen, informatie vinden aan de hand van expliciete criteria en nadenken over doel en vorm van een tekst wanneer de opdracht daar duidelijk om vraagt. Wie onder dat niveau blijft, is niet automatisch analfabeet. Het betekent wel dat lezen van langere of minder voorspelbare teksten sneller een probleem wordt, juist op een leeftijd waarop school, vervolgopleiding, werk en overheid steeds meer zelfstandige verwerking van informatie verwachten.

Ook aan de bovenkant is het Nederlandse beeld niet sterk. Vier procent van de 15-jarigen haalt niveau 5 of hoger voor lezen. In de OESO is dat gemiddeld zes procent. Die groep kan langere teksten begrijpen, omgaan met abstracte of tegenintuïtieve ideeën en op basis van subtiele aanwijzingen onderscheid maken tussen feit en mening.

De verslechtering is bovendien groter dan alleen het verschil tussen 2022 en 2025. Sinds 2015 is het aandeel Nederlandse leerlingen dat onder niveau 2 scoort voor lezen met ongeveer twintig procentpunt toegenomen. Dat maakt de uitkomst relevant voor meer dan het onderwijsbeleid van één kabinet of één schooljaar. Jongeren die nu moeite hebben met teksten, komen de komende jaren terecht in mbo, hbo, universiteit en arbeidsmarkt.

PISA meet de vaardigheden van 15-jarigen internationaal volgens één raamwerk. De editie van 2025 omvat 91 landen en economieën. Nederland staat dus niet alleen in een neergaande ontwikkeling: in veel OESO-landen is lezen de afgelopen jaren zwakker geworden. De gemiddelde lees- en wiskundescores in de OESO bevinden zich op een historisch laag niveau. Toch is het Nederlandse aandeel van 39 procent onder de basisgrens ongunstiger dan het OESO-gemiddelde.

De uitkomst raakt ook de dagelijkse informatievoorziening. Een samenleving waarin een grote groep jongeren moeite heeft met het begrijpen en beoordelen van teksten, krijgt problemen die verder gaan dan schoolcijfers. Denk aan het lezen van arbeidscontracten, zorginformatie, belastingbrieven, nieuwsberichten, waarschuwingen en digitale voorwaarden. Juist in een omgeving met veel online informatie neemt de noodzaak toe om bronnen, argumenten en bedoelingen te kunnen onderscheiden.

De Nederlandse PISA-organisatie spreekt dan ook niet over herstel. Voor lezen is de neerwaartse beweging doorgezet, terwijl wiskunde en natuurwetenschappen ten opzichte van 2022 ongeveer stabiel bleven. De vraag voor scholen en overheid verschuift daarmee van de constatering dat de scores laag zijn naar de vraag welke aanpak de daling daadwerkelijk kan keren.

De volgende jaren worden bepalend. De leerlingen die nu onder het basisniveau vallen, zijn al bijna aan het einde van hun leerplichtige schoolloopbaan. Verbeteringen in curriculum, leesonderwijs en ondersteuning moeten daarom niet alleen toekomstige cohorten bereiken, maar ook jongeren die nu richting vervolgonderwijs en werk vertrekken.

Same event, other desks

Story file →