Wireva

Lezen zakt verder in Vlaanderen terwijl Nederland naar 39 procent zwakke lezers gaat

PISA 2025 toont een scherpe leesdaling aan beide kanten van de grens. Vlaanderen houdt beter stand dan Nederland, maar bijna drie op de tien Vlaamse leerlingen halen het basisniveau niet.

Netherlands joins deepening PISA reading slide with 39% below baseline

Rob Bogaerts / Anefo, Nationaal Archief · Public domain · rights

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

De nieuwe PISA-cijfers leggen in het Nederlandse taalgebied hetzelfde probleem bloot aan twee kanten van de grens: steeds meer 15-jarigen hebben moeite met lezen. In Nederland haalt 39 procent het basisniveau niet. In Vlaanderen gaat het om bijna drie op de tien leerlingen. Vlaanderen staat daarmee nog gunstiger, maar ook hier is de richting duidelijk neerwaarts.

Voor Vlaanderen is vooral de snelheid van de daling opvallend. De gemiddelde leesscore ligt zestien punten lager dan in 2022 en 44 punten lager dan in 2015. Dat is geen kleine schommeling tussen twee meetmomenten, maar een structurele terugval over een periode waarin scholen tegelijk steeds digitaler zijn gaan werken en jongeren meer informatie via schermen verwerken.

De Vlaamse cijfers tonen bovendien dat het gemiddelde grote verschillen verbergt. Meer dan een derde van de jongens behoort tot de laagpresteerders voor lezen. Bij leerlingen uit de sociaal-economisch minst bevoorrechte milieus gaat het om ruim vier op de tien. Bij jongeren met een migratieachtergrond of een andere thuistaal nadert het aandeel de helft. In het beroepssecundair onderwijs bereikt volgens de Vlaamse overheid drie op de vier leerlingen het basisniveau voor leesvaardigheid niet.

Nederland zit nog dieper in de problemen. Daar bereikt 61 procent van de 15-jarigen niveau 2 of hoger, tegenover 69 procent gemiddeld in de OESO. Dat betekent dat 39 procent onder de minimale PISA-grens blijft. Ook de Nederlandse leesscore daalde opnieuw ten opzichte van 2022 en ligt duidelijk lager dan in 2018.

Die grens van niveau 2 zegt meer dan een rapportcijfer. PISA beschouwt dit als het niveau waarop een leerling de hoofdgedachte van een tekst van gemiddelde lengte kan herkennen, relevante informatie kan vinden en gericht kan nadenken over doel en vorm. Een leerling die lager scoort, is daarom niet per definitie ongeletterd. Wel wordt zelfstandig functioneren in een tekstgerichte samenleving moeilijker wanneer instructies, formulieren, contracten of nieuws ingewikkelder worden.

Voor Vlaanderen is de vergelijking met Nederland relevant omdat beide onderwijssystemen met dezelfde taal werken en voor een deel met vergelijkbare maatschappelijke ontwikkelingen te maken hebben. De cijfers laten tegelijk zien dat een gedeelde taal niet automatisch tot dezelfde uitkomst leidt. De mate van achteruitgang, de verschillen tussen onderwijsvormen en de sociale kloof vragen om beleid dat veel specifieker is dan een algemene oproep om jongeren meer boeken te laten lezen.

De PISA-editie van 2025 past bovendien in een bredere internationale daling. In veel OESO-landen zijn de lees- en wiskundescores teruggelopen. Dat maakt het verleidelijk om de Vlaamse resultaten te relativeren. Maar de Vlaamse overheid zelf legt de nadruk op de groeiende groep leerlingen die onder de basisgrens blijft en op de hardnekkige verschillen tussen groepen.

Voor scholen betekent dat dat leesvaardigheid niet alleen een taak van het vak Nederlands kan zijn. Wie een wetenschappelijke tekst, een economische uitleg of een digitale instructie niet goed kan verwerken, loopt ook in andere vakken vast. Hetzelfde geldt later op de arbeidsmarkt, waar steeds meer banen vragen om zelfstandig lezen van procedures, veiligheidsinformatie en digitale communicatie.

Vlaanderen houdt in PISA 2025 nog sterke posities in andere domeinen. Voor computationeel probleemoplossen behoort het tot de Europese top en in wiskunde blijft het boven het OESO- en EU-gemiddelde. Juist dat contrast maakt de leesdaling scherper: leerlingen kunnen op complexe digitale taken sterk presteren, terwijl een groeiende groep moeite heeft met basisvaardigheden in geschreven taal.

De volgende PISA-ronde zal laten zien of maatregelen het tij keren. Tot die tijd ligt er een concreet probleem op tafel: bijna drie op de tien Vlaamse 15-jarigen en bijna vier op de tien Nederlandse leeftijdsgenoten verlaten de onderbouw van het onderwijs zonder het leesniveau dat PISA als minimale basis beschouwt.

Same event, other desks

Story file →