De ontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en de Chinese president Xi Jinping in Washington draait niet alleen om handel en veiligheid, maar ook om de wedloop op het gebied van kunstmatige intelligentie. Beide landen beschouwen AI als cruciaal voor economische groei en nationale veiligheid, en willen de onbetwiste leider worden in de toepassing ervan. De top vindt plaats op een moment dat er wrijvingen bestaan tussen Peking, Washington en de Amerikaanse techbedrijven, die op dit moment vooroplopen in de race.
AI is een parapluterm voor allerlei computertaken waarvoor enorme rekenkracht nodig is. Met die rekenkracht zijn computers veel beter en sneller dan oudere technologie in het herkennen van patronen, het analyseren van situaties en het creëren van nieuwe producten en oplossingen. Zowel de Amerikaanse als de Chinese regering ziet AI als essentieel voor de economische concurrentiekracht en de nationale veiligheid. Deels komt dat voort uit de angst om economisch achterop te raken of afhankelijk te worden van elkaars technologie.
De Amerikaanse benadering legt de nadruk op het zo goed mogelijk nabootsen van menselijke intelligentie. Dat maakt uiteenlopende commerciële en overheidstoepassingen mogelijk, zoals gezichtsherkenning in de beveiliging of systemen die menselijk gedrag zoals bluffen kunnen herkennen en imiteren voor zakelijke onderhandelingen. De markt krijgt in de VS vrij spel: de overheid wil het speelveld niet dichttimmeren, maar juist voorwaarden scheppen zodat techbedrijven kunnen innoveren. De houding is vooral: probeer het maar, test je product in de praktijk, fouten maken mag. De nadruk ligt op snelheid, vooral om China voor te blijven.
Dat blijkt ook uit de manier waarop AI-bedrijven worden behandeld die in opdracht van het Amerikaanse ministerie van Defensie werken. Toen AI-ontwikkelaar Anthropic eerder dit jaar pleitte voor vangrails om te voorkomen dat zijn technologie door de overheid zou worden misbruikt, liet het Pentagon het bedrijf vallen. Het ministerie opende direct een aanbesteding voor concurrenten, waardoor Anthropic een contract van 200 miljoen euro verloor.
China kiest een praktischer insteek. De overheid stimuleert de ontwikkeling van AI-toepassingen waar de samenleving direct baat bij heeft, met experimenten in de zorg, het onderwijs en bij het opsporen van financiële fraude. De ontwikkeling wordt gedreven door grote bedrijven die innoveren, gecombineerd met sterke overheidssturing. De overheid verstrekt subsidies en investeringen aan bedrijven waarvan de innovaties passen bij overheidsplannen. Daarnaast stimuleert Peking opensourcemodellen, zodat ontwikkelaars wereldwijd Chinese modellen kunnen gebruiken. Pas als het gevaar dreigt dat modellen worden gebruikt op een manier die de Chinese overheid niet bevalt, worden beperkingen opgelegd. Wat Peking vooral niet wil, is dat AI de Communistische Partij in gevaar brengt.
De Verenigde Staten proberen China ook af te remmen op het gebied van rekenkracht. Washington heeft wereldwijde exportbeperkingen ingevoerd op de meest geavanceerde chips en chipmachines. Het in Veldhoven gevestigde ASML is een van de techbedrijven die daardoor een deel van de verkoop aan China heeft moeten staken. Voorlopig werkt die aanpak: als het gaat om rekenkracht lopen Amerikaanse AI-bedrijven tot een half jaar voor op hun Chinese concurrenten, denken Chinese experts.
De verwachtingen voor de gesprekken tussen Trump en Xi zijn niet hooggespannen als het gaat om een veiliger AI-aanpak. Amerikaanse techbedrijven die onlangs opnieuw pleitten voor vangrails en een langzamer tempo van innovatie, zullen hun zin waarschijnlijk niet krijgen. Trump vindt het niet opportuun om de Amerikaanse voorsprong op China te verspelen. Ook Xi ziet de oproep niet zitten; volgens hem is het een verkapte poging om Chinese innovatie af te remmen.
Toch zetten Washington en Peking kleine stappen om de veiligheid van AI in de gaten te houden en erover te communiceren. Afgelopen weekend spraken de Amerikaanse minister van Financiën Bessent en de Chinese vicepremier He af om een AI-veiligheidsmechanisme in het leven te roepen. De krant van de Chinese Communistische Partij schreef daarna dat AI «een nieuw terrein voor Chinees-Amerikaanse samenwerking» moet worden.