Wie een elektrische auto oplaadt via een gewoon stopcontact, verliest een aanzienlijk deel van de stroom. De Duitse autoclub ADAC, het equivalent van de ANWB, testte meerdere elektrische modellen en concludeert dat het laadverlies bij de meeste auto’s tussen de 12 en 15 procent ligt. Dat betekent dat van de geleverde elektriciteit 12 tot 15 procent niet in de batterij terechtkomt. Bij de Mercedes CLA 350 loopt dat verlies zelfs op tot 24,2 procent.
Het laadverlies ontstaat doordat de auto wisselstroom (AC) uit het elektriciteitsnet moet omzetten naar gelijkstroom (DC) voor de batterij. Bij dat omzettingsproces gaat energie verloren. Daarnaast verbruiken regelsystemen in de auto tijdens het laden stroom, en vervliegt een deel van de elektriciteit als warmte. Hoe sneller er wordt geladen, hoe kleiner de verliezen zijn, aldus de ADAC.
Wie thuis laadt via een eigen laadpaal of wallbox van 11 kW, ziet het verlies aanzienlijk dalen. Bij de Mercedes CLA 350 verdwijnt dan nog ongeveer 7 procent van de stroom, vergelijkbaar met de Volkswagen ID. 7 en de Volvo EX30. De Tesla Model Y doet het beter met 6,1 procent verlies, en de Renault 5 scoort het best met 5,1 procent.
Snelladen blijkt het meest efficiënt. Gebruik je een snellader, bijvoorbeeld bij Fastned of Shell Recharge, dan dalen de laadverliezen verder. Voorwaarde is wel dat de batterij voorverwarmd is. Zonder voorverwarming bereikt tussen de 6 en 10 procent van de stroom de accu niet, afhankelijk van het type auto. Met een voorverwarmde batterij blijft het verlies beperkt tot 1 tot 4 procent.
De ADAC-testresultaten onderstrepen dat de laadinfrastructuur en de laadmethode een grote invloed hebben op de efficiëntie van elektrisch rijden. Voor eigenaren van een elektrische auto is het daarom verstandig om niet standaard het stopcontact te gebruiken, maar te investeren in een laadpaal of gebruik te maken van snelladen wanneer dat mogelijk is. Het verschil in stroomverlies kan op jaarbasis oplopen tot tientallen euro’s aan extra elektriciteitskosten.