Wie een woning zoekt, wordt niet alleen beoordeeld op budget, inkomen of gezinssituatie. Een nieuwe internationale analyse van onderzoekers verbonden aan de VUB en UGent laat zien dat kenmerken die niets met de kwaliteit van een huurder te maken hoeven te hebben, de kans op een positieve reactie nog altijd beïnvloeden. Het onderzoek bundelt een uitzonderlijk grote hoeveelheid praktijkdata uit verschillende landen en periodes.
VUB vat het project samen als een overzicht van 114 studies uit 31 landen, samen goed voor meer dan 500.000 huurcontacten of aanvragen. In zulke veldexperimenten reageren verhuurders of makelaars op vergelijkbare kandidaten waarbij één kenmerk systematisch verschilt. Zo kunnen onderzoekers meten of bijvoorbeeld naam, veronderstelde herkomst, handicap, sociale achtergrond, geslacht of seksuele oriëntatie de reactie beïnvloedt.
De grootste nadelen worden gemeld voor etnisch-raciale minderheden, mensen met een handicap en kandidaten met een kwetsbare sociaaleconomische positie. VUB spreekt voor de zwaarst getroffen groepen over ongeveer 20 procent minder kans op een positieve reactie. De onderzoekers vinden bovendien geen overtuigend beeld van een brede, gestage afname doorheen de voorbije kwart eeuw.
De achterliggende IZA-meta-analyse maakt het beeld preciezer. Die paper verzamelt 475 experimentele schattingen uit 31 landen, gepubliceerd tussen 2002 en 2024. De auteurs vinden grote verschillen tussen landen, groepen en onderzoeksmethoden. Binnen de categorie etnisch-raciale discriminatie worden Arabische, Noord-Afrikaanse en Turkse kandidaten gemiddeld het zwaarst benadeeld. Voor etnisch-raciale herkomst en seksuele oriëntatie ligt de gemeten discriminatie in Europa hoger dan in Noord-Amerika.
Tegelijk waarschuwen de onderzoekers voor te eenvoudige gemiddelden. Na correcties voor zogenoemde small-study publication bias worden sommige gebundelde effecten duidelijk kleiner en schuiven ze voor verschillende gronden richting nul. Dat betekent niet dat discriminatie verdwijnt, maar wel dat één internationaal percentage niet op elke stad, verhuurder of doelgroep kan worden geplakt. De variatie is een essentieel deel van het resultaat.
Ook het type verhuurder speelt een rol. De meta-analyse vindt dat professionele vastgoedmakelaars bij etnisch-raciale herkomst gemiddeld minder discrimineren dan particuliere verhuurders. Voor andere discriminatiegronden verschijnt dat verschil niet even duidelijk. De manier waarop kandidaten contact opnemen — bijvoorbeeld schriftelijk of via een ander kanaal — levert evenmin één universeel patroon op.
Voor België is de studie relevant omdat de woningmarkt krap is en de eerste selectie vaak plaatsvindt voordat een kandidaat ooit een woning bezoekt. Een korte mail, naam of profiel kan daardoor al een poortwachtersmoment worden. Bij veel kandidaten voor één woning kan een kleine systematische achterstand zich bovendien snel opstapelen.
De onderzoekspaper is een IZA Discussion Paper: een werkdocument waarmee nieuwe resultaten snel beschikbaar worden gemaakt vóór eventuele publicatie in een gerefereerd tijdschrift. De omvang van de gebundelde veldexperimenten maakt het materiaal belangrijk, maar de methodologische nuances horen bij de conclusie.
De volgende vraag is daarom niet alleen of discriminatie bestaat, maar welke maatregelen in welke context echt werken: controle, praktijktesten, professionele verhuurbemiddeling, transparantere selectiecriteria of handhaving. De internationale vergelijking laat vooral zien dat het probleem niet vanzelf uit de markt is verdwenen.