Prinsjesdag wordt vaak voorgesteld als een eeuwenoud ritueel, maar veel van de tradities die er vandaag de dag bij horen, zijn pas rond 1900 ontstaan. Dat blijkt uit een analyse van de geschiedenis van de jaarlijkse troonrede en de ceremonie eromheen. Het ritueel is door de jaren heen regelmatig aangepast aan de omstandigheden, en ook daarna bleven route, locatie en de rol van het koningshuis veranderen met de politieke tijd.
De naam Prinsjesdag is zelfs niet honderd procent historisch te herleiden. Dat betekent niet dat de dag geen geschiedenis heeft, maar wel dat wat als vast en oud wordt ervaren, vaak jonger is dan gedacht. De viering zoals die nu bekend is, is het resultaat van keuzes die in verschillende periodes zijn gemaakt. Telkens wanneer de politieke verhoudingen of praktische omstandigheden daarom vroegen, werd de ceremonie aangepast.
Rond 1900 ontstonden veel van de herkenbare elementen. In de decennia daarna veranderden de route en de locatie waar de stoet langs kwam. Ook de rol van de Oranjes in het geheel kreeg een andere invulling. Daarmee is Prinsjesdag een voorbeeld van een traditie die niet vastligt, maar meebeweegt met de tijd. Wat als onveranderlijk voelt, blijkt in werkelijkheid een optelsom van aanpassingen.
Voor de hedendaagse kijker betekent dat niet dat de dag aan betekenis verliest. De troonrede en de ceremonie blijven een vast moment in het politieke jaar. Maar de wetenschap dat veel rituelen betrekkelijk recent zijn gevormd, relativeert het idee van een ononderbroken eeuwenoude traditie. De geschiedenis van Prinsjesdag laat zien hoe een nationaal gebruik kan groeien en veranderen zonder dat de kern ervan verdwijnt.