Wireva

Beleggers verkopen meer huurwoningen dan ze bouwen in steden met woningbouwdoelen

Institutionele beleggers voegen nauwelijks nog huurwoningen toe aan de Nederlandse woningmarkt. In vier van de vijf steden waar minister Boekholt-O’Sullivan versneld 30.000 woningen wil laten bouwen, is hun woningbezit de afgelopen jaren zelfs gedaald, blijkt uit onderzoek.

Dit bericht is met AI-ondersteuning gemaakt onder redactionele verantwoordelijkheid van Haydamax OÜ.

Institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, verkopen in Nederland bijna net zoveel huurwoningen als ze er nieuw bouwen. In vier van de vijf steden waar woonminister Boekholt-O’Sullivan versneld 30.000 woningen wil realiseren, is hun woningbezit de afgelopen jaren zelfs teruggelopen. Dat blijkt uit onderzoek naar het investeringsgedrag van grote partijen op de Nederlandse woningmarkt.

De cijfers laten zien dat beleggers in de betreffende steden minder woningen toevoegen dan ze afstoten. Daarmee staat de groei van het aantal huurwoningen onder druk, terwijl het kabinet juist inzet op meer betaalbare huur. De minister heeft vijf steden aangewezen waar de woningbouw versneld moet worden opgepakt om in totaal 30.000 extra woningen te realiseren. In vier van die steden is het bezit van institutionele beleggers de afgelopen jaren echter gekrompen.

Het onderzoek wijst uit dat beleggers terughoudend zijn met nieuwe investeringen in huurwoningen. Ze verkopen bestaande panden, onder meer aan particuliere kopers of andere partijen, terwijl ze maar beperkt nieuwe projecten starten. Daardoor blijft de netto toevoeging van huurwoningen achter bij de doelstellingen die het kabinet heeft gesteld om de woningnood te verlichten.

De terugtrekkende beweging van grote beleggers komt op een ongunstig moment. De druk op de woningmarkt is groot en de overheid probeert met diverse maatregelen de bouw van nieuwe woningen te stimuleren. De minister heeft eerder aangegeven dat er meer woningen moeten komen, zowel koop als huur, om het tekort terug te dringen. De nieuwe cijfers suggereren echter dat juist de institutionele beleggers, die normaal gesproken een belangrijke rol spelen in de financiering van huurwoningen, zich steeds meer terugtrekken.

Volgens marktkenners spelen verschillende factoren een rol bij het afnemende enthousiasme van beleggers. Denk aan stijgende bouwkosten, hogere rentes en onzekerheid over regelgeving rondom huurprijzen. Die omstandigheden maken het voor pensioenfondsen en verzekeraars minder aantrekkelijk om te investeren in nieuwe huurprojecten. Tegelijkertijd kunnen bestaande woningen vaak tegen gunstige prijzen worden verkocht, waardoor beleggers kiezen voor desinvesteringen.

De uitkomsten van het onderzoek zetten vraagtekens bij de haalbaarheid van de woningbouwdoelstellingen in de vijf aangewezen steden. Zonder de betrokkenheid van grote beleggers zal een aanzienlijk deel van de geplande woningen mogelijk niet worden gerealiseerd. Het kabinet zal moeten bekijken of er aanvullende maatregelen nodig zijn om beleggers over de streep te trekken of dat andere partijen, zoals woningcorporaties, een grotere rol moeten krijgen.

De minister heeft nog niet gereageerd op de onderzoeksresultaten. Wel is duidelijk dat de woningbouwopgave groot blijft en dat de betrokkenheid van institutionele beleggers cruciaal is om de doelstellingen te halen. De komende periode zal moeten uitwijzen of beleggers hun vertrouwen in de Nederlandse huurmarkt hervinden of dat de overheid met nieuwe stimuleringsmaatregelen moet komen.

Same event, other desks

Story file →