De Verenigde Staten beginnen aan een nieuwe fase in het conflict met Iran. Minister van Financiën Scott Bessent kondigde aan dat Washington Iran volledig wil isoleren van de wereldeconomie. Hij noemt de campagne een «economische D-day» en spreekt van de grootste financiële aanval die ooit tegen een tegenstander is ingezet. Vanavond om 20.00 uur Nederlandse tijd maakt Bessent bekend welke maatregelen de VS precies nemen.
De aanpak richt zich niet alleen op Iran zelf, maar vooral op landen en bedrijven die zaken blijven doen met Teheran. Wie Iraanse olie vervoert, financiële transacties mogelijk maakt, Iraanse vliegtuigen toelaat of schepen registreert die helpen sancties te omzeilen, moet volgens Bessent kiezen. Wie Iran economisch overeind houdt, riskeert zelf economisch geïsoleerd te worden. Daarmee komt onder meer China in het vizier, de belangrijkste afnemer van Iraanse olie. Peking bekritiseerde de Amerikaanse dreigementen en stelt dat sancties het conflict niet oplossen.
De strategie markeert een nieuwe fase in een conflict dat bijna zes maanden duurt. Sinds de zware Amerikaanse en Israëlische luchtaanvallen op Iran en de Iraanse tegenaanvallen zijn er al weken geen directe aanvallen meer tussen Iran en de VS. Een politieke oplossing is echter niet in zicht. Washington denkt dat Iran nu kwetsbaar genoeg is om met economische middelen het regime op de knieën te dwingen.
De Iraanse economie kampte voor de oorlog al met hoge inflatie, een zwakke rial, energieproblemen en jarenlange sancties. De beschadigde infrastructuur, weggevallen productie en hoge kosten voor wederopbouw komen daar nog bij. Het doel van de VS gaat verder dan de eerdere campagne van «maximale druk». Bessent zegt dat «iedere economische levenslijn» van Iran moet worden afgesneden. Volgens hem kan volledige financiële isolatie voorkomen dat opnieuw grootschalig Amerikaans militair geweld nodig is.
Een Iraanse analist zegt tegen de NOS dat meer sancties en betere handhaving de druk kunnen opvoeren, onder meer omdat ze de Iraanse munt verder verzwakken en het vertrouwen van burgers en investeerders aantasten. De grootste schade komt volgens hem op het moment van de zeeblokkade. «Als die nog een paar weken of maanden voortduurt zonder enige verlichting, kan dat echt verwoestende gevolgen hebben.»
Teheran beschikt echter over een krachtig economisch tegenwapen: de Straat van Hormuz. Door die zeestraat loopt een belangrijk deel van de mondiale olie- en gasexport. Mohsen Rezaei, secretaris van de Iraanse Hoge Nationale Veiligheidsraad, waarschuwde dat er geen druppel olie zal worden geëxporteerd als de economische oorlog doorgaat, niet door de Straat van Hormuz en nergens vanuit de Perzische Golf. Landen die meedoen aan de Amerikaanse campagne kunnen volgens hem als deelnemers aan de oorlog worden beschouwd.
Toch bestaat volledige Iraanse controle over de zeestraat in de praktijk niet, zegt Sayed Ghoneim, voorzitter van het Institute for Global Security & Defense Affairs in Abu Dhabi. De afgelopen weken varen weer meer commerciële schepen door de Straat van Hormuz, veelal dicht langs de Omaanse kust en onder Amerikaanse begeleiding. «De toename van het scheepvaartverkeer laat zien dat het vermogen van Iran om de scheepvaart te controleren en af te schrikken afneemt», zegt Ghoneim. «Maar dat betekent niet dat Iran zijn vermogen heeft verloren om de scheepvaart te verstoren of de kosten ervan te verhogen.»
De volgende strijd gaat mogelijk minder over de heropening van de zeestraat en meer over de regels waaronder die functioneert. Wie bepaalt de vaarroutes, wie garandeert de veiligheid en wie krijgt een rol bij het reguleren van de scheepvaart? Vooral Oman speelt daarbij een belangrijke rol. Muscat probeert met Iran afspraken te maken om de scheepvaart op gang te houden. Iran kan zo proberen een blijvende rol op te eisen in het beheer van Hormuz, terwijl Washington juist wil voorkomen dat een Iraans-Omaanse regeling ontstaat waarin de VS buitenspel staat.
De economische aanval van Washington kan daarmee een onbedoeld effect hebben. Hoe groter de Amerikaanse druk op Iran en landen die met Teheran samenwerken, hoe groter voor Iran de prikkel wordt om Hormuz als drukmiddel te behouden. De «economische D-day» is daarmee ook een gok: Washington probeert Iran financieel de laatste onderhandelingsruimte te ontnemen, terwijl Teheran dreigt juist de belangrijkste energieroute ter wereld als economisch wapen in te zetten.