Het Herdenkingscentrum Srebrenica heeft een klacht ingediend bij de UEFA vanwege de verheerlijking van oorlogsmisdadiger Ratko Mladic in het Rode Ster-stadion in Belgrado. Dat gebeurde drie weken geleden, voorafgaand aan de derby tussen Rode Ster en Partizan. Supporters ontvouwden een enorm portret van Mladic en hielden een minuut stilte voor de generaal van de Bosnische Serviërs, die de dag erna met veel eer in Belgrado werd begraven. Mladic zat een levenslange celstraf uit voor onder meer de genocide in Srebrenica en andere misdaden die behoren tot de ernstigste in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog.
Onder het portret onthulden de aanhangers de tekst «Pravac Potocari», oftewel «Op naar Potocari». Dat zijn de woorden die Mladic op 11 juni 1995 sprak nadat zijn troepen Srebrenica hadden ingenomen. In Potocari stond de basis van de Nederlandse VN-militairen, waar duizenden inwoners in paniek naartoe waren gevlucht. Daar scheidden Mladics mannen, onder toeziend oog van de Nederlanders, mannen van vrouwen en kinderen. In de dagen daarna werden ruim 8.000 jongens en mannen om het leven gebracht.
Het eerbetoon vond plaats in het stadion waar het Nederlands elftal zondag zijn eerste interland ooit tegen Servië speelt, in het kader van de Nations League. Van een actie van een kleine harde kern was nauwelijks sprake: het hele stadion hield een minuut stilte voor Mladic. Rode Ster verspreidde het eerbetoon zelfs via zijn sociale media. In de grote Servische media, vrijwel allemaal nauw verbonden met president Aleksandar Vucic, was het geen groot nieuws. De teneur was dat Mladic geen veroordeelde oorlogsmisdadiger is, maar een generaal en een held.
De Servische voetbalbond FSS bestrafte Rode Ster wel, maar alleen voor gebreken in de organisatie van de wedstrijd: een te laat begin, onvoldoende fouilleren en het gebruik van vuurwerk. Het Herdenkingscentrum Srebrenica noemt dat onvoldoende en stapte naar de UEFA. In buurland Bosnië en Herzegovina leidde de vertoning tot woede en pijn.
Voor wie het Servische voetbal volgt, is de uitbarsting van nationalistische haat niet nieuw. Leuzen als «Als het leger terugkeert in Kosovo» zijn veelvuldig te horen in stadions, maar ook levensgroot op muren in Belgrado geschilderd, net als beeltenissen van Mladic. De politie haalt die niet weg. Toen activisten in 2021 een levensgroot portret wilden verwijderen, verbood de politie de bijeenkomst omdat de openbare orde in het geding zou komen. Dat toont hoe extreme uitingen uit het voetbalstadion de samenleving binnensijpelen.
President Vucic, die vrijwel alle touwtjes in handen heeft en steeds autocratischer regeert, legt de verheerlijking geen strobreed in de weg. In de jaren negentig was hij als prominent lid van de Servische Radicale Partij zelfverklaard hooligan. Hij zegt aanwezig te zijn geweest bij de veldslag tijdens de wedstrijd tussen Dinamo Zagreb en Rode Ster in 1990, die door sommigen wordt gezien als het startpunt van de Joegoslavische burgeroorlog. Achttien jaar geleden presenteerde hij zich als gematigde pro-Europeaan, maar toen de Europese integratie trager verliep dan gehoopt, werd hij weer nationalistischer, zonder de deur naar de EU definitief dicht te gooien.
Volgende maand hoopt Vucic met zijn Servische Progressieve Partij de parlementsverkiezingen te winnen en premier te worden, omdat zijn wettelijk laatste termijn als president erop zit. Hooligans zouden daarbij dienstdoen als zijn knokploegen en de schakel vormen met zware criminelen, iets wat nooit onomstotelijk is bewezen. De vraag is wie wie in zijn greep houdt. In 2000 waren het hooligans die het parlement in Belgrado bestormden, waarna president Slobodan Milosevic na gestolen verkiezingen het veld moest ruimen. Geen machthebber in Servië kan het zich veroorloven de agressieve supporters tegen zich te hebben.
Of zich zondag in het Rode Ster-stadion opnieuw ongepaste uitingen voordoen, valt niet uit te sluiten, al concentreren de excessen zich doorgaans op het clubvoetbal. De wedstrijd tussen Nederland en Servië is zondagavond te volgen via livestream, televisie en radio.