Een nieuwe Deense studie over paracetamol tijdens de zwangerschap trekt veel aandacht, maar verandert het medische advies in Europa voorlopig niet. Onderzoekers vonden bij babymeisjes een verband tussen blootstelling aan paracetamol vóór de geboorte en enkele kenmerken van de ontwikkeling van eierstokken en baarmoeder. Het onderzoek kan niet aantonen dat paracetamol die verschillen heeft veroorzaakt.
De studie is onderdeel van COPANA, een onderzoeksproject van het Rigshospitalet in Kopenhagen. Er deden 685 zwangere vrouwen mee en 302 meisjes werden na de geboorte onderzocht. De onderzoekers keken onder meer naar het volume van de eierstokken, het aantal zichtbare follikels en het volume van de baarmoeder.
Dat zijn onderzoeksmetingen, geen diagnose van verminderde vruchtbaarheid. De meisjes zijn nog zeer jong en de studie laat niet zien of de gevonden verschillen later blijven bestaan. Ook is onbekend of ze op volwassen leeftijd gevolgen zouden hebben. Dat onderscheid is belangrijk wanneer een opvallende onderzoeksuitkomst via zoekmachines en sociale media snel verandert in een veel stelliger gezondheidsclaim.
Bovendien gaat het om observationeel onderzoek. Zwangere vrouwen kregen niet willekeurig wel of geen paracetamol. Wie het middel gebruikte, deed dat bijvoorbeeld vanwege pijn, koorts of ziekte. Zulke omstandigheden kunnen zelf samenhangen met andere factoren die de ontwikkeling beïnvloeden. Onderzoekers proberen daarvoor te corrigeren, maar bij een observationele studie kan niet alle mogelijke vertekening worden uitgesloten.
De publicatiestatus vraagt eveneens om terughoudendheid. De COPANA-resultaten verschenen in april als preprint op medRxiv. Dat betekent dat andere wetenschappers de studie nog niet via het gebruikelijke proces van tijdschriftbeoordeling hebben beoordeeld. De uitkomst is interessant genoeg voor vervolgonderzoek, maar nog geen reden om bestaande adviezen zelfstandig te veranderen.
Het Europees Geneesmiddelenbureau EMA heeft zijn advies over paracetamol tijdens de zwangerschap in januari 2026 nog bevestigd. Als het middel klinisch nodig is, kan het worden gebruikt in de laagste werkzame dosis en zo kort mogelijk. Dat is hetzelfde principe dat in veel Europese medicijnrichtlijnen wordt gebruikt: neem niet meer en niet langer dan nodig, maar laat noodzakelijke behandeling van pijn of koorts ook niet zonder reden achterwege.
Andere recente gegevens geven een breder beeld. Een groot onderzoek uit 2026 naar 265.143 eenlingzwangerschappen vond geen verband tussen gebruik van paracetamol in het eerste of derde trimester en belangrijke aangeboren afwijkingen of verschillende ongunstige uitkomsten rond en na de geboorte. Dat onderzoek keek niet naar precies dezelfde reproductieve markers als COPANA, maar maakt duidelijk waarom één studie niet het hele veiligheidsbeeld bepaalt.
Voor wie zwanger is, blijft het praktische advies daarom eenvoudig. Gebruik paracetamol niet uit gewoonte, maar voor een concrete klacht en volgens de aanbevolen dosering. Wie het middel vaak nodig heeft, langer dan enkele dagen gebruikt of twijfelt door een specifieke medische situatie, kan het beste met huisarts, vroedvrouw of apotheker bespreken wat passend is. Zelf overstappen op een andere pijnstiller is niet automatisch veiliger.
Ook koorts verdient aandacht. Hoge of aanhoudende koorts tijdens de zwangerschap is op zichzelf een reden om medisch advies te vragen. Een angstige reactie op een voorlopige studie mag er niet toe leiden dat klachten die behandeling nodig hebben worden genegeerd.
De komende stap ligt bij onderzoekers: dezelfde mogelijke ontwikkelingssignalen moeten in andere groepen worden teruggevonden en langere follow-up moet uitwijzen of ze betekenis houden wanneer kinderen ouder worden. Tot die tijd blijft het Europese gebruiksadvies staan, terwijl de nieuwe hypothese verder wordt onderzocht.